Dit jaar ging het jaarlijkse uitje van de ANBO/PCOB naar het openluchtmuseum Ellert en Brammert in Schoonoord in Drenthe. Ik had me hier ook voor opgegeven.
Het museum is opgezet ter gelegenheid van de viering van
het 100-jarige bestaan van Schoonoord in 1954. Ter herinnering aan het leven uit vroegere
jaren besloten de Schoonoorders deze tijd opnieuw tot leven te roepen. Tijdens
het eeuwfeest werden daarom enkele plaggenhutten herbouwd, zoals die in de 19e
eeuw in dit gebied gebouwd werden door de seizoensarbeiders. Er bleek veel
belangstelling voor (het leven in) de plaggenhutten te bestaan en er werd besloten
om de bouwsels te laten staan. In de loop van de jaren werd het openluchtmuseum
steeds verder uitgebreid.
Het museum is vernoemd naar de twee reuzen Ellert en Brammert die hier volgens de sage vierhonderd jaar geleden op het Ellertsveld zouden hebben geleefd. De sage over de reuzen is gesitueerd op het Ellertsveld, waar ook het huidige museum gevestigd is. Het verhaal wil dat deze reuzen rond vierhonderd jaar geleden in dit gebied woonden. Er zijn twee grote beelden van ze gemaakt die op het parkeerterrein bij de ingang van het museum de bezoekers "verwelkomen".
De twee wildemannen leefden in een hut die onder het heideveld was gegraven. Ze leefden als stropers en geen mens waande zich veilig op het Ellertsveld. Hier hadden ze draden gespannen met bellen eraan en ze kwamen direct in actie, wanneer een argeloze indringer de bellen aan het klingelen bracht. Die werd dan met knuppels neergeslagen en van zijn bezittingen beroofd. Aldus een deel van de sage die nog veel verder gaat.
Het was een middag uitstapje en we begonnen met een Drentse koffietafel bij aankomst in het museum.
De koffie tafel bestond uit boerengroentesoep met droge worst, diverse soorten brood
(tarwe, wit, roggebrood en krentenwegge) verschillende soorten vleeswaren en
kaas (waaronder leverworst, gekookte eieren en komijnekaas), zoetigheden zoals
Drentse oudewijvenkoek, jam en hagelslag. Koffie (geserveerd uit een
kraantjespot en gedronken uit Drentse kommen) en thee. De koffietafel was heel goed verzorgd en er was meer dan voldoende. Na de koffie tafel was er gelegenheid om door het museum te gaan.
Als je in Drenthe bent kom je meestal wel ergens Hunebedden tegen en dat was nu ook niet anders.

Ondanks de info op het bord over het Drentse Heideschaap was er niet één te zien wat ik wel heel jammer vond want het is het oudste schapenras in West-Europa. Het is het enige Nederlandse ras dat gehoornd is. De hoorns zijn meestal spiraalvormig bij de ram en recht bij de ooi. Drentse Heideschapen hebben een slank postuur en een ruige vacht. Ik heb ze weleens gezien en ik vind ze heel mooi en apart.
Voor kinderen was er ook een soort speurtocht uitgezet en ik zag dan ook dat verschillende kinderen hiermee bezig waren.
Ik bekeek verschillende gebouwtjes van binnen.
Nadat ik een gedeelte van het park bekeken had werd het tijd om naar het terras te gaan waar we gezellig met elkaar wat praatten en wat dronken.
Ik vond het een leuk park om te bezoeken ik was er vroeger alleen eens geweest voor een rust bij een wandeltocht en dan nog niet door het park maar via een poort direct uit het bos het terras op.























































