zondag 4 november 2018

Er een paar dagen tussenuit van 18-10 tot 20-10- 2018 (Dag 3)

Na alweer een heerlijke nachtrust en een uitgebreid ontbijt namen we afscheid van de uitbaters van de B & B. Voor deze dag stond er een rondvaart door De Biesbosch op het programma. 
Het gebied van de Biesbosch was voor 1421 normaal polderland dat toen “De Grote- of Zuid-Hollandse Waard” heette.
In de nacht van 18 op 19 november 1421 heeft een grote dijkdoorbraak de “St. Elisabeth’s” vloed plaatsgevonden, ongeveer op de plaats waar nu de Moerdijkbruggen liggen. Men zat toen midden in de Hoekse- en Kabeljouwse twisten. Geldmiddelen ontbraken om de dijken spoedig te herstellen en zodoende is hier in de loop der tijd een grote binnenzee ontstaan.
De rivieren Maas en Waal stroomden door de binnenzee. Deze rivieren brachten zand met zich mee en hierdoor ontstonden zandplaten.
Het was toen zo, dat het water ieder getijde twee meter op en neer ging, omdat het in open verbinding stond met de zee. Het was daarentegen toch zoet water. Ieder getij zette een laagje ebslik op die zandbanken af. Zodoende werden die banken vruchtbaar en er gingen biezen op groeien. Vandaar dan ook de naam “Biesbosch”.
We waren ruim op tijd in Drimmelen bij de steigers van Rondvaartbedrijf Zilvermeeuw waarvandaan de rondvaartboot zou vertrekken. Ik had nog tijd genoeg om de infoborden te lezen.
Het was goed te merken dat het weer nog redelijk goed was voor de tijd van het jaar want we gingen met een grote rondvaartboot die voor het grootste gedeelte bezet was.
Wij vonden het toch wel wat te fris om boven op het buiten dek te gaan zitten en kozen voor een mooi plaatsje voorin op het bovenste dek. Tijdens de tocht vertelde de kapitein ons verschillende dingen m.b.t. de Biesbosch. Al snel verlieten de rivier de Bergsche Maas en gingen het Spijkerboor in. 
Het viel me op dat er heel veel vissers in kleine bootjes zaten te vissen en verder vaarden er ook allerlei bootjes op de riviertjes.
Er werd ons verteld dat door de opslibbing de zandbanken in de loop der tijd steeds een beetje hoger kwamen. Uiteindelijk werden ze te hoog voor de biezen omdat dit een echte waterplant is en praktisch altijd in het water moet staan.

Vervolgens ging hier riet op groeien. Weer later verdween het rietgewas en ging men er een griend in telen (dit zijn wilgenbossen) en toen het land in de loop der tijd nog wat hoger was geworden, werden die grienden omdijkt, de struiken eruit gerooid en zo zijn de eerste polders in de Biesbosch ontstaan.
Het oogsten en verwerken van biezen, riet en wilgenhout vormden voor veel bewoners in en rond de Biesbosch vroeger het belangrijkste middel van bestaan. Nadat het hout, de biezen en het riet gewonnen waren, werd het uit de Biesbosch vervoerd en afgeleverd bij bedrijfjes gelegen aan de rand van het gebied. Daar verwerkten biezenmatters, mandenmakers, hoepelmakers en kuipers de materialen. 

Intussen keken wij, terwijl we genoten van koffie met appelgebak, naar de langzaam voorbij glijdende oevers.  
We kwamen door het Steurgat, de Ruigt en het Gat van de Noorderdip. Het Gat van de Noorderklip vormt een belangrijk vaarwater in de Biesbosch en is zo breed als een flinke rivier.
Sinds 1973 zijn er in de Biesbosch 3 grote spaarbekkens, die zorgen voor het drinkwater voor Zuid-West Nederland.

Deze spaarbekkens liggen in het hart van de Biesbosch en zijn gemaakt op de plaats waar vroeger landbouwpolders waren.
De spaarbekkens dragen de namen van de landbouwpolders die voor de aanleg van de bekkens moesten wijken. Petrusplaat, Honderd en Dertig en De Gijster. Zij worden gevuld met water uit de Maas.
We zagen een strandje waar padvinders een activiteiten hadden. En groot schip lag wat van de kant af en op het strandje waren kano's te zien.
We gingen richting het Gat van Honderd en Dertig en kwamen in het Gat van Slek waar het manoeuvreren werd voor de kapitein. Ook was hier goed te merken dat de waterstand erg laag was. Want je hoorde de boot over de bodem gaan.
Via het Gat van de Kerksloot kwamen we weer op de Bergsche Maas en het duurde niet lang meer of we kwamen weer bij de steiger van het Rondvaartbedrijf.
Het was een leuke rondvaart en omdat er tegenwoordig weer bevers in de Biesbosch leven (in 1988 zijn de eerste bevers geherintroduceerd) lijkt het me ook nog wel eens wat om op zoek te gaan naar beverburchten. Deze woonplekken van bevers zijn in de winter beter te zien want in de zomerperiode zijn ze niet of nauwelijks te vinden door het uitbundige bladerdak van wilgen en andere bomen in het Nationaal Park De Biesbosch. Jammer genoeg is het wel wat ver van mijn woonplaats om hier voor een rondvaart van 2,5 uur heen te gaan.
De drie dagen zijn omgevlogen en toen we op de terugreis naar huis waren besloten we om onderweg nog ergens een hapje te gaan eten.
We konden terugkijken op drie gezellige dagen en het weer was voor de tijd van het jaar ook uitzonderlijk goed.



dinsdag 30 oktober 2018

Er een paar dagen tussenuit van 18-10 tot 20-10-2018 (Dag 2)

Na een prima nachtrust en een heerlijk ontbijt stond een bezoek aan het Watersnoodmuseum in het dorp Ouwerkerk op ons programma. Het museum is gelegen in de zeedijk ten zuiden van het dorp op het eiland Schouwen-Duivenland. Omdat we deze dagen in een B & B in Noord-Brabant zaten was dit natuurlijk minder ver dan vanaf mijn woonplaats. Een bezoek aan dit museum stond al heel lang op mijn verlanglijstje en dit was zeker nog meer aangewakkerd door Mizzd die er al vaker de Krekenwandeltocht liep en het museum dan de startlocatie was.
Zelf kan ik me, ondanks dat ik nog heel jong was, nog iets van de watersnoodramp herinneren wij woonden toendertijd in Heinenoord in een dijkhuis en ik zag roeiboten met konijnenhokken erin langs varen. Ook toen ik later op Goeree-Overflakkee woonde hoorden ik, vooral bij stormachtig weer, verhalen van mensen die de ramp van zeer nabij hadden meegemaakt.
Het museum is gevestigd in de vier caissons die werden gebruikt voor het sluiten van het laatste dijkgat, wat was ontstaan tijdens de ramp.

De Watersnoodramp van 1953 is de grootste natuurramp in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis. Wanneer na een zware noordwesterstorm de dijken bij Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant doorbreken komen meer dan 1800 mensen om het leven en heel veel dieren.

Tussen vier en zes uur ’s nachts breken overal dijken door. Het water stroomt vervolgens zo snel de polders in dat in sommige dorpen binnen een half uur twee tot drie meter water staat. Automobilisten worden door de stroming meegenomen, voordat ze überhaupt de kans hebben om hun motor af te zetten. Veel families vluchten naar hun zolder, sommigen hangen urenlang aan hun dakgoot. Anderen worden gegrepen door het water en verdrinken. Zo’n 165.000 hectare loopt onder water.
Het meest getroffen wordt de zuidzijde van Duiveland en Overflakkee, daar valt veertig procent van de slachtoffers. Het officiële dodental is vastgesteld op 1835. 
bron: internet
Al dwalend door het museum had ik regelmatig een brok in mijn keel. Vooral het verhaal bij dit koffertje raakte me erg en ook en ook de verhalen over de slachtoffers.  Dat daar op de zuil bij het Multi Media Project als dodental 1835 + 1 staat heeft te maken dat er in die nacht nog een baby is geboren.

Overal waren vitrines met allerlei voorwerpen uit die tijd. Mijn oog viel al snel op een gedenktegeltje waarop staat dat Heemstede mijn latere woonplaats Puttershoek adopteerde. 
Ook waren er foto's van Geschenkwoningen te zien Houten huizen die Zeeland na de ramp geschonken kreeg door Oostenrijk en de Scandinavische landen. Ik ben als kind vaak in zo'n Noorse woning geweest omdat mijn schoolvriendinnetje erin woonde. Deze houten woningen staan er nog steeds.
Ik kwam in een soort nagemaakte woonkamer waar VR-brillen en controllers lagen. Tijdens een gesimuleerde overstroming kreeg ik  instructies wat ik moest doen en waar ik naartoe moest gaan om veilig weg te komen. Als ik er in slaagde alles goed en op tijd te doen, zou ik uit het huis gered worden door een bootje. Wanneer ik te langzaam zou zijn voor het wassende water, zou ik een zwart scherm krijgen. 
Ik vond het doodeng in no-time stond het water tot aan mijn lippen en kreeg ik een zwart scherm. Verdronken dus!!!
Manlief en mijn schoonzusje waren veel sneller in het museum uitgekeken dan ik en eigenlijk had ik er nog wel langer willen rondkijken hoewel we er al wel een hele tijd waren.
We verlieten het museum en liepen eromheen.
Buiten bij het museum kwamen we het kunstwerk "Luctor 1953" tegen. Het is een herinnering aan de mensen die nooit teruggevonden zijn, opgesloten in de zee.

Er zijn veel kreken daar in de buurt.
Een kreek is een kleine watergeul, die ontstaan is als gevolg van een dijkdoorbraak of een restant is van een ingedijkte vroegere getijdengeul. Na een dijkdoorbraak zorgt het in- en uitstromende water (onder invloed van eb en vloed) er vaak voor dat de geul een behoorlijke diepte bereikt. Na dichting van het gat in de dijk blijft de kreek over.
 
Ik denk dat je er best een mooie wandeling zou kunnen maken in het krekengebied maar dan moet je wel met wandelliefhebbers zijn.
We besloten om naar het plaatsje Renesse te gaan maar we namen eerst nog een kijkje over de Oosterschelde met op de achtergrond de Zeelandbrug. 
Renesse was erg druk met toeristen vooral met Duitsers en dat is nog niets veranderd met vroeger toen ik met mijn ouders naar Haamstede ging met vakantie.  We keken wat rond bij de winkeltjes en namen later een terrasje. Het was nog zulk lekker weer dat we zelfs buiten konden zitten. 
Eerst hadden we het plan om in Renesse een hapje te eten maar Manlief opperde het idee om naar Brouwershaven te gaan naar "Steakhouse Jacob Cats". Vroeger toen ik nog in Middelharnis woonde aten we daar ook weleens. Ook nu was het al weer donker toe we de zaak verlieten.
Ik vond het weer een geslaagde dag en ben blij dat ik het Watersnoodmuseum eindelijk eens bezocht heb hoewel ik het wel heel triest vond wat ik daar allemaal zag en hoorde.

zondag 28 oktober 2018

Er een paar dagen tussenuit van 18-10 tot 20-10-2018 (Dag 1)

Omdat het nog steeds, ondanks dat het al herfst was, mooi weer bleef besloten we er een paar dagen op uit te trekken. Omdat mijn schoonzusje deze week vakantie had had zij er ook wel oren naar om mee te gaan. 
Omdat we weleens iets aparts wilden besloten we deze keer te gaan overnachten in een fort in Nieuwendijk in Noord-Brabant.
Manlief moest op de heenreis nog even bij een groothandel langs in Bunschoten en omdat we niet ver van de haven van Spakenburg af waren trakteerde hij ons op een vis. Ik ging voor een "lekkerbek" die heerlijk smaakte.
Hierna zette we koers naar Nieuwendijk en de navigatie voerde ons gemakkelijk naar ons onderkomen voor twee nachten: Fort Bakkerskil.

Fort Bakkerskil is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en is eind negentiende eeuw gebouwd. De naam van het fort komt van een kreek in de Biesbosch die er langs stroomt. Het fort is één van de meest zuidelijke werken in Nederland en moest onder meer de Papsluis in de Schenkeldijk beschermen.
Het fort bestaat uit een kazerne en een gracht met brug en heeft een oppervlakte van ongeveer één hectare. Alleen de gevel van de kazerne is zichtbaar. De rest van het gebouw is overdekt met aarde. Het gebouw bestaat uit twee verdiepingen waar zich vroeger onder andere de verblijven, twee verbruiksmagazijnen met hijslift, een ziekenboeg, keuken en munitiemagazijnen bevonden. Zo’n 110 man en acht kanonnen gericht op de Schenkeldijk waren in de kazerne aanwezig.
Tijdens de twee wereldoorlogen was het fort bemand, maar er vonden geen gevechten plaats. Na de Tweede Wereldoorlog werd het fort gebruikt om NSB’ers in op te sluiten. Daarna kwam het fort in gebruik als munitieopslag en sinds 1951 is het fort niet meer in gebruik voor militaire doeleinden. 
Bron: internet
Nadat we ons hebben in gecheckt en koffie met appelgebak als welkomsgeste hebben genuttigd werden we naar onze  kamers gebracht. Mijn schoonzusje kreeg de Officierskamer en wij de Remise. Ik had niet gedacht dat de kamers zo mooi en luxe zouden zijn. Wij hadden een soort appartement, beneden de slaapkamer, douche en een infrarood sauna en boven een zithoek met keukenblok waar we een mooi weids uitzicht hadden. 
Nadat we onze spullen in de kamer gezet hebben gaan manlief en ik nog even de het fort op wat helemaal bedekt is met aarde en genoten we van het weidse uitzicht.
Hierna stond het vestingsstadje Woudrichem op ons programma. Het zou niet een uitgebreide stadswandeling worden want daar was het al te laat voor. Ik had al eens op Mizzd haar blog een verslag gelezen toen zij dit vestingsstadje bezocht en ik had er toen hele mooie foto's van gezien.
Er wordt aangenomen dat Woudrichem in de negende eeuw is ontstaan. Rond het jaar 1000 ontstond een ring van nederzettingen om Woudrichem.
In de veertiende eeuw is Woudrichem zodanig uitgegroeid, dat het in 1356 stadsrechten kreeg. De burgers konden nu zelf recht spreken. De graaf van Holland verplaatste in datzelfde jaar de grafelijke riviertol van Niemandsvriend, tegenover het huidige Sliedrecht, naar Woudrichem. Hierdoor en door andere voorrechten, zoals het visrecht uit 1362 kwam de plaats tot bloei. In deze tijd moet ook de Martinuskerk gebouwd zijn. In 1386 begon men aan de stadsmuur.
In 1573 vonden de Geuzen dat Woudrichem onverdedigbaar was en zij verbrandden de stad. Op voorstel van Prins Willem van Oranje werd Woudrichem in de periode 1583 - 1588 van wallen voorzien. Deze wallen werden binnen de oude muren aangelegd, waardoor het stadsoppervlak praktisch gehalveerd werd. Daarna werd de stad weer opgebouwd met hulp en steun van andere steden Na die tijd is de vesting nooit meer aangevallen. Bij de vestingwetten vanaf 1814 werd Woudrichem als belangrijke vesting aangemerkt en opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit had tot gevolg dat er rondom de vesting niet gebouwd mocht worden. Pas in 1926 werden de bepalingen versoepeld en in 1955 werd de vesting opgeheven. Hierna kwam er dan ook gelegenheid om nieuwe wijken te bouwen en aan de benauwde situatie binnen de vesting een eind te maken. 
Niet alleen de militaire betekenis van Woudrichem verdween, ook de visserij, de eeuwen door de belangrijkste bron van inkomsten, moest het langzaam maar zeker afleggen tegen overbevissing, vervuiling en kanalisatie van de rivieren.
bron: internet
Wel liepen het stadje in naar beneden toen ik dit op een soort schuurtje zag staan.
De Sint Martinuskerk neemt een markante plaats in het stadje in. 
Deze is halverwege de veertiende eeuw gebouwd, op een plek waar eind zevende eeuw een reisgenoot van bisschop Willibrord al een kapel had gesticht. Het was een katholieke kerk, maar de oude altaren zijn ten tijde van de Reformatie verwijderd, alleen de nissen herinneren er nog aan. 
In tegenstelling tot het eenvoudig aandoende schip is de 34 meter hoge toren rijk versierd. Bij een storm in 1717 verloor de kerk haar spits. Sindsdien is de toren stomp. Ze wordt daarom in de volksmond De Mosterdpot genoemd. In 1933 werd de toren gedeeltelijk gerestaureerd en met een balustrade bekroond.
Bron : internet
Er was duidelijk te zien dat de visserij vroeger een belangrijke bron van inkomsten was. Er is o.a. een Visserij museum.
We gingen naar de molen "Nooit Gedagt" 
Dit is het is een wal- en windmolen. Al omstreeks 1280 werd er melding gemaakt  van een windmolen op deze plaats, maar de stenen molen werd omstreeks 1662 op het bastion gebouwd. Door de Duitsers werd de molen op 21 april 1945 opgeblazen. Vlak naast de plaats van de oorspronkelijk molen staat nu de nieuwe molen. De herbouw van de molen begon in mei 1990 en op in mei 1996 werd de nieuwe molen officieel geopend.

We gingen de Hoogstraat in waren mooie panden te zien waren met hele mooie gevelstenen.
Het was natuurlijk vooral de variatie die het straatbeeld in oude steden en stadjes zo pittoresk maakte. Met een veelheid aan stoepen, luifels, kelderingangen, overkragende verdiepingen en een grote verscheidenheid van geveltoppen was er van eenvormigheid in de straat natuurlijk geen sprake. Elk pand stond nadrukkelijk met zichzelf te pronken en liet zich aan zijn buren maar weinig gelegen liggen.
Die eigenheid werd nog benadrukt, zo leek het wel, doordat panden vaak ook een eigen naam droegen. Dat moest ook wel, want tot de Franse Tijd waren huisnummers onbekend. Alleen aan de hand van een huisnaam, vastgelegd en vaak ook verbeeld op een uithangbord of een gevelsteen, kon je zien waar je zijn moest.
Via de Gevangenpoort gingen we even bij de rivier kijken waar net de veerboot uit Gorinchem aankwam. Zoals de naam al doet vermoeden was deze prachtige monumentale poort ooit een gevangenis, in de 19e eeuw zaten misdadigers hier in afwachting van hun vonnis. 
We gingen het stadje weer in want we hadden gereserveerd om in 't Oude Raedthuys te gaan eten.
Het (oude) stadhuis van Woudrichem, ook wel Oude Raedthuys genoemd, is een voormalig gemeentehuis uit de 16e eeuw.  
Het is een onderkelderd gebouw met zadeldak tussen trapgevels, waarin natuurstenen banden en blokken en korfbogen boven de vensters. Aan de voorgevel bevindt zich een bordes met twee trappen en op de balustrade schildhoudende leeuwen. In de voorgevel een steen in de vorm van een cartouche met het jaartal 1592. Het gebouw is een rijksmonument. 
Ik nam een tournedos als hoofdgerecht en een Koffie Raedthuys (koffie met likeur en een lekkernij) als nagerecht. En beiden waren geen verkeerde keus.
Het was al donker toen we het restaurant verlieten. En niet erg veel later arriveerden we bij B & B Bakkerskil waar ik nog even gebruik maakte van de infrarood cabine. Ik kon er niet heel lang in blijven want al snel zweette ik als een otter.  Ik heb er hooguit 25 minuten ingezetten maar ik wilde het toch weer eens proberen toen ik de sportschool nog bezocht ging ik er ook wel regelmatig even in. 
NB: Ik heb voor dit verslag wat informatie opgezocht op internet en dit in mijn verslag verwerkt. Het is niet mijn bedoeling om mijn volgers met allerlei info lastig te vallen maar ik doe dit hoofdzakelijk voor mijzelf als naslagwerk.
Dag 2 en 3 volgen snel.