dinsdag 11 december 2018

Hanzestadswandeling Zwolle 06-12-2018

Omdat ik altijd mijn brillen bij een opticien in Zwolle koop en ik deze nog maar een paar maanden heb werd het tijd om er even langs te gaan om te kijken of er nog iets bijgesteld moest worden. Ik zou dan gelijk de Hanzestadswandeling kunnen gaan doen. Het was die dag somber en donker weer maar gelukkig wel droog.
Zwolle is een stad met een rijke geschiedenis. De bloeitijd van de Hanze lag tussen de 12e en 16e eeuw. Op het hoogte punt telde dit verbond 208 steden. Dankzij de handel en nijverheid werd Zwolle zowel op kerkelijk als cultureel terrein een stad van betekenis.
Op weg naar de opticien kwam ik al langs mooie grote huizen.
Ook zag ik een straat bibliotheek die in een soort telefooncel van vroeger was. Vlak erbij maakte een bloemist reclame met een fiets die voorzien was van manden met kerststukken.  
Nadat ik bij de opticien geweest was, beide brillen moest inderdaad iets bijgesteld worden, begon ik aan mijn stadswandeling.
Ik ging onder de Sassenpoort door. 
De Sassenpoort, in de stadsmuur van Zwolle, is een stadspoort die werd gebouwd eind van de 14de en begin van de 15e eeuw als onderdeel van de verdedigingswerken.
Het is de enige Zwolse stadspoort die nog intact is.
De te grote omvang van deze stadspoort, in verhouding tot de muren, stond voor de rijkdom van Zwolle in de Hanze periode.
Tussen de hoektorens bevindt zich een meezenkauw.
Vanuit gaten in de vloer van deze uitbouw kon kokende pek over eventuele binnendringende vijanden worden gegoten.
Ik kwam door de Koestraat, deze straat dankt zijn naam aan het feit dat door deze straat de koeien van de stadsboeren via de oude stadspoort naar buiten werden gedreven. De stadsboeren waren speciale ambtenaren die de zorg over de stadskoeien hadden.
Hierna ging ik op zoek naar het huis met de Hoofden. Ik zocht eigenlijk naar een huis waar afbeeldingen van hoofden op te zien waren maar dit bleek niet zo. Het Gotische woonhuis van het "Lübecker"geveltype, verwijst naar de contracten tijdens de Hanze. Voorbeeld van laat middeleeuwse stadskastelen of winterverblijven voor adellijke families. 
Ook kom ik langs de Fraterhuizen. Fraterhuizen van de Moderne Devotie, die zich bezig hielden met boekproductie en het in de kost hebben van leerlingen van de Zwolse School. 
Ik passeerde het Zwolse Balletjeshuis.
Zwolse balletjes zijn een Oud-Nederlandse lekkernij welke al sinds de 19e eeuw volgens traditioneel (geheim) recept bereid worden in Zwolle.

De Zwolse balletjes zijn in slechts één winkel aan de Grote Kerkplein in Zwolle verkrijgbaar, namelijk het Zwolse Balletjeshuis.

In de kelder van het pand worden al 160 jaar lang de enige echte Zwolse Balletjes gefabriceerd.
Natuurlijk ging ik de winkel in om er een zakje balletjes te koop. Ik had al vaak over deze snoepjes gehoord maar ze nog nooit gezien laat staan geproefd.

Dit neoclassicistische pand is gebouwd tussen 1838 en 1841, naar een ontwerp van de Haagse architect Eduard Louis de Coninck.
Het gebouw deed dienst als Paleis van Justitie.
Nu is het een kunstmuseum en een eyecatcher is de ellipsvormige opbouw, de “Art Cloud”.
Natuurlijk bracht ik ook een bezoek aan de OLV Basiliek met zijn zo karakteristieke toren die in de volksmond de "Peperbus" wordt genoemd. 
De Peperbus is hét icoon van de stad Zwolle. De 75 meter hoge Onze Lieve Vrouwe toren, zoals de toren eigenlijk heet, is de klokkentoren van de Onze Lieve Vrouwe basiliek. Deze R.K.kerk heeft haar titel 'basilica minor' (kleine basiliek) in 1999 ontvangen van paus Johannus Paulus de IIe ter gelegenheid van het 600 jarig bestaan van het gebouw als kerk. 
Nu was het even zoeken, trouwens dat moest ik wel vaker bij deze wandeling, naar het "Vrouwenhuis"
Vanuit dit pand werd gecontroleerd welke schepen de stad invoeren. Vanaf 1742 deed het dienst als hofje voor bejaarde dames. 

Het monumentale Hopmanshuis was het volgde pand wat op mijn routebeschrijving stond.  
Dit pand werd ooit in 1663 gebouwd als pakhuis en bevond zich aan de vroegere Handelskade van de stad. In 1725 gaf hopman Nauta het gebouw zijn huidige vorm. Nauta breidde zijn onderneming al gauw uit door het bouwen van een aantal pakhuizen tegen de stadsmuur Tien jaar later werd hij het middelpunt van een geruchtmakende affaire: Nauta werd beschuldigd van homoseksuele handelingen, een in die tijd ernstig vergrijp waar de doodstraf op stond. Zijn enige uitweg was een vlucht uit de stad. Hij ontkwam aan de doodstraf, maar twee andere Zwollenaren niet. Zij werden in opdracht van het stadsbestuur wegens "de verfoeilijke misdaat van sodomie" ter dood veroordeeld en opgehangen.
Vanaf 1843 deed het dienst als Nieuwe Stadsherberg. In de volksmond werd het ook wel "het huis met de 99 vensters" genoemd.
Iets verder op kwam ik de restanten van de stadsmuur tegen. De stadsmuur beschermde de steeds rijker wordende stad en had bovendien een waterkerende functie toen Zwolle nog in open verbinding stond met de voormalige Zuiderzee.
Mijn wandeling voerde me naar de Grote Markt welke in vroegere tijden het centrum van de levendige handel was.
Hier bevindt zich ook de Grote- of St. Michaëlskerk.
Ik las op mijn routebeschrijving dat de kerk een fraaie kansel heeft en een beroemd Schnitgeorgel met 4000 pijpen. Helaas zijn mijn foto's van de kerk binnen niet scherp want toen ik de kerk inging werd me gezegd dat ze gingen sluiten en daarom nam ik de foto's te gehaast.
Toen ik de kerk uitging zag ik op een gevel een hondje met het jaartal 1669 
Op internet las ik het volgende over dit hondje:
Volgens de legende brak er in 1669 een brand uit in de St. Michaëlstoren door een blikseminslag. Een hondje dat op dat moment in de toren was zou in de vlammen omgekomen zijn. Naast deze legende is er ook nog een andere theorie. Zo zegt men dat het hondje dertien jaar later onder het puin terechtkwam bij het omvallen van de toren. Dood? Ook dat is weer een mysterie…
Onder het hondje staat ‘RENO 2000’. Het pand is in 1998 gedeeltelijk afgebrand en in 2000 weer gerenoveerd (=RENO). Het hondje werd toen in de volksmond "Fikkie" of "Hound Dog" genoemd. 
Het was wel even zoeken voordat ik Het Karel de Vijfde Huis gevonden had. 
Dit huis is een in renaissancestijl gebouwd patriciërshuis met een rijk gedecoreerde topgevel.
Het pand dankt haar naam aan een medaillon met een afbeelding van keizer Karel V op de gevel. 
Ik kwam nu bij de laatste bezienswaardigheid die op mijn beschrijving stond namelijk de Refter.
Het pand was oorspronkelijk een bijgebouw van klooster Bethlehem en diende als een eetgelegenheid voor kloosterlingen. Het heeft daarna veel dienst gaan als vergaderruimten, maar het is ook een kazerne geweest voor Franse soldaten.
Intussen was het gaan schemeren en was het, door de verlichting in de stad, goed te zien dat het tegen kerst liep.
Ik was al vaker in Zwolle geweest maar door deze wandeling en het opzoeken van informatie ben ik wat meer te weten gekomen over de geschiedenis van deze stad. 
Jammer dat het weer zo somber was en ik denk dat zo'n wandeling in de zomer ook heel leuk zou zijn. Vooral als het dan veel langer licht blijft en je af en toe een terrasje kan aandoen.
Voordat ik de trein naar huis nam besloot ik nog om in een tapas restaurant te gaan eten.



maandag 3 december 2018

Bezoek aan Tentoonstelling Rembrandt en Saskia en Liefde in de Gouden Eeuw 27-11-2018

Het Culturele Hoofdstadjaar was net sinds de zaterdag voor mijn bezoek aan Leeuwarden afgesloten maar dat weerhield me er niet van om toch naar Leeuwarden te gaan. De titel is overgedragen aan Plovdiv (Bulgarije) en Matera (Italië), de twee Culturele Hoofdsteden van 2019. Toch was nog goed te zien dat Leeuwarden de culturele hoofdstad was geweest.
Ik had in onze regionale krant een stuk gelezen over Lief en Leed van Rembrandt en Saskia en dat er in het Fries Museum een tentoonstelling was over Liefde in de Gouden Eeuw.

Ik was ruimschoots op tijd want via internet had ik een e-ticket besteld waarop je de tijd moest aangeven dat je het museum zou bezoeken.
Ik had dus nog wat tijd om wat rond te kijken in de stad.
Natuurlijk zette ik de twee witte hoofden op de foto die vlak bij het station staan. Jammer dat vandalen zo nodig over de tekst moesten krassen. Trouwens vandalen hebben in april de jongen ook al eens van een snor voorzien. 
Ieder jaar nodigt de organisatie van EU-Japan Fest de culturele hoofdsteden van Europa uit om een fotograaf naar Japan af te vaardigen. Dit jaar waren dat Leeuwarden en Valletta in Malta. Fotografe Alice Wielinga werd uitgenodigd om naar het noorden van Japan af te reizen en de prefectuur Aomori, de mensen en de gewoontes daar vast te leggen. De fotoserie, bestaande uit enorme collages die in het stationsgebied van Leeuwarden te bewonderen zijn. Met als titel ‘Ode aan Nebuta’ geven deze panorama’s een kleurrijke impressie van het jaarlijkse zomerfestival Nebuta.
 Ik passeerde het Eetcafé "Het wapen van Leeuwarden" waar ik de vorige keer een lunch gebruikte maar toen is die mooie gevel me niet opgevallen.
Ik passeerde het Paleis van Justitie, het is een neoclassicistische gebouw uit 1851 naar een ontwerp van Thomas Adrianus Romein. De voorgevel heeft een Korinthische zuilengalerij en een fronton waarin zich het Rijkswapen bevind.
Ook kwam ik langs de Waag.
Een Waag is over het algemeen het middelpunt van een marktstad. Waar gehandeld wordt, wordt gewogen en gemeten. Voor het bepalen van het juiste gewicht van de handelswaar was een marktkoopman vroeger aangewezen op de waag, een publiek weeghuis. Het product dat op de waag in Leeuwarden de overhand had was zuivel, en dan vooral boter. Deze werd op de wekelijkse marktdagen in groten getale aangevoerd. De waag in Leeuwarden stond daarom ook wel bekend als de “boterwaag”. 
Het Beeld van een vrouw die boter staat te karnen is dan ook een zeer geschikt beeld voor bij de waag.
Onderstaande gracht heet het Naauw. De kademuren van het Naauw dateren uit de 18e eeuw en zijn de oudste nog bestaande kademuren van Leeuwarden. Dit is ook het kleinste natuurreservaat van Leeuwarden. Er schijnen groeien bijzondere plantensoorten te groeien zoals de steenbreekvaren, de schubvaren en het muurleeuwenbekje las ik op het infobordje.
Natuurlijk kwam ik ook Mata Hari  nog tegen want Leeuwarden is immers haar geboorteplaats.
Ik zag in een kunstatelier nog een prachtige gelaarsde kat staan en aangezien ik gek op katten ben had ik deze wel willen hebben maar ik vond hem veel te duur

Het werd tijd om naar het museum te gaan en ik vond dit graffiti figuur wel erg mooi gemaakt.


Ik nam ook een audiotour in het museum want dan zien je de dingen toch beter doordat je op bepaalde dingen gewezen wordt
In de tentoonstelling volg je niet alleen het bruidspaar, maar stap je ook in het huwelijk van de high society. Schilderijen vol symboliek, gegraveerde huwelijksharten, schunnige gedichten en kostbare cadeaus vertellen hoe men in de Gouden Eeuw aankeek tegen liefde, religie en kinderen. Je ontdekt dat omstandigheden tijdens de Gouden Eeuw sterk verschilden van nu, maar dat gevoelens van lief en leed van alle tijden zijn.
De Elite lieten vroeger vaak hun pas geboren overleden kind schilderen. Tegenwoordig kan dit gezien worden als foto's maken van b.v. een doodgeboren kindje.
Portret van Sixtus van der Laen op tweejarige leeftijd.

Sixtus is afgebeeld in rokken net als in die tijd alle jongetjes. Op zijn rechterhand zit een papegaai, in zijn linker houdt hij een broodje vast en aan zijn voeten ligt een hond, symbool van trouw. Om zijn nek hangt een ketting met een zeldzame gouden rinkelbel en een gouden kruisje  Alles wijst erop dat deze jongen later een geestelijk leven zal gaan lijden.
Huwelijksmaal ter gelegenheid van het huwelijk van Eraert van Pipenpoy met Jel van Liauckema in de grote zaal van Liauckemastate te Sexbierum.
Zelfportret van Rembrandt met Saskia
Ik kom eigenlijk alleen voor Rembrandt en Saskia en dan met name voor het schilderij "Saskia en profil in rijk gewaad" 
In 1634 trouwt Rembrandt van Rijn met Saskia Uylenburgh in het Friese Sint Annaparochie volgens het museum “het meest beroemde Friese bruidspaar ooit”. Zij de dochter van een Friese rechter, hij een succesvol schilder. Na de bruiloft verhuist het koppel naar Amsterdam, waar Rembrandt zijn atelier heeft. Daar staat Saskia vaak model voor zijn tekeningen en etsen. In Amsterdam krijgt het stel vier kinderen, waarvan de eerste drie in de wieg sterven. De jongste, Titus, blijft wel in leven. Het gezinsgeluk is van korte duur. Acht maanden na de geboorte van Titus overlijdt Saskia op 29-jarige leeftijd in Amsterdam.
Titus
Zelfportret met helm
En dan het topstuk van de tentoonstelling waarvoor ik speciaal gekomen was. Rembrandt begon met het schilderen van Saskia’s portret rond 1633 of 1634, dus vlak voor of na het huwelijk, maar voltooide het pas na haar dood in 1642. Hij voegde toen een witte veer toe, mogelijk een verwijzing naar dat overlijden. Ook het takje rozemarijn dat ze vasthoudt zou daaraan refereren: rozemarijn stond symbool voor huwelijkse trouw, maar ook voor een band die sterker is dan de dood.
Het schilderij hing bij Rembrandt thuis, het herinnerde hem aan haar, maar uit geldnood was hij tien jaar na Saskia’s dood gedwongen het te verkopen. Zo belandde het bij Jan Six, verzamelaar en vriend, waardoor het toch een beetje in de buurt bleef. In 1734 kwam het via de verzamelingen van Nicolaas Six en Willem Six terecht bij Valerius Röver in Delft. En daarna in KasselHet portret is tijdens de tentoonstelling voor het eerst in ruim 250 jaar in Nederland te zien.
Twee maanden voor haar 30ste verjaardag sterft Saskia, vermoedelijk aan tuberculose. Na de geboorte van Titus is ze steeds zieker geworden en wanneer hij acht maanden oud is overlijdt ze, op 14 juni 1642. In hetzelfde jaar werkt Rembrandt volop aan de voltooiing van de "Nachtwacht".
Tijdens haar ziekbed heeft Saskia een nieuw testament laten opmaken, waarin ze haar zoontje benoemt tot haar enige erfgenaam. Tot Titus volwassen is, mag Rembrandt over de erfenis beschikken. Tenminste, zolang hij niet hertrouwt.
Een huishoudster, Geertje Dircx, neemt Saskia's taken waar. Een noodlottige affaire volgt, maar daarna hervindt Rembrandt de liefde bij Hendrickje Stoffels. Met haar krijgt hij weliswaar een dochter, Cornelia, maar trouwen doet hij nooit opnieuw.
Huwelijkshart met twee pijlen 
In het museum was het moeilijk om foto's te maken want er schenen heel vaak spotjes op de doeken en voorwerpen. Sommige foto's heb ik dan ook van internet moeten halen.
Ik vind het prettig dat ik een museum jaarkaart heb want ik ben niet echt iemand die heel lang in een museum rondkijk en dan is zo kaart wel prettig om voor een bepaald iets er even heen te gaan.
Toen ik weer richting het station ging zag ik in een soort hofje een kerk staan. Het was de Doopsgezinde Kerk, een eenvoudig gebouw waarvan de ingang omlijst is met kolommen. Terwijl ik er een foto maakte kwam er een dame bij me staan die lid van deze kerk was en me er iets over vertelde.
Welke stad heeft zoiets: gewoon lopen over gedichten?  Leeuwarden biedt een unieke verzameling gedichten in steen. Wandelend door de straten van de binnenstad, nadenkend over strofen en zinsneden van lokale, maar ook van landelijk bekende dichters en schrijvers. Even stilstaan, de omgeving in je opnemen en de geboden tekst tot je nemen.
Het merendeel van de inmiddels 50 stenen is te vinden in de historische binnenstad. 
Ik passeerde ook nog een apart bakje rond een boom en zag in plaats van slotjes dassen aan een brugleuning gebonden, zou dit een nieuwe rage worden?
Terwijl ik in de trein terug zat bedacht ik me dat ik toch echt eens in de zomer naar Leeuwarden moet want het is een leuke stad en er zijn vele stadswandelingen te doen. Misschien is die poëzieroute ook wel leuk om eens te doen.
Het Ledikant, ets van Rembrand