We schreven ons in en dronken nog een kop koffie en daarna begonnen we aan onze tocht.
Al snel waren we uit de bebouwde kom van Tynaarlo en wat ik al verwacht had werd het ook deze keer weer een wandeltocht die voor een groot deel over onverharde paden ging.
Tijdens de wandeling had ik niet echt het gevoel dat het al lente was. Het bos zag er nog niet echt lenteachtig uit.Ook waren sommige paden erg modderig en waren er veel grote kuilen die vol met water stonden. Ik verwachtte natuurlijk het beruchte bruggetje wat je hier altijd over moet als je hier in de buurt een wandeltocht doe. Gelukkig hebben ze er de laatste jaren aan beide zijden een leuning gemaakt dus nu is het minder eng dan vroeger. Ook ervoor hebben ze planken gelegd wat een hele verbetering is want soms was het daar zo modderig dat je nauwelijks bij het bruggetje kon komen.
Ook bij deze wandeling lagen er zo nu en dan weer wat versperringen op het pad. De een wat groter dan de andere. Maar bij deze had ik geen hulp van mijn wandelmaatje nodig.
Dat het hier vaak erg drassig is is wel te zien aan het vlonderpad dat hier ligt. Ook bij dit pad was het oppassen geblazen want het gaas dat er op lag om niet uit te glijden stond soms wat omhoog omdat het op sommige stukken stuk was.
We kwamen door het prachtige natuurgebied de Gasterse Duinen in Gasteren dat bestaat uit zandruggen en natte veenkommen. Het
gebied is in het Pleistoceen gevormd door landijs, smeltwater, sneeuwstormen en
rivieren. Het natuurgebied valt onder het Drentsche Aa-gebied. In de
middeleeuwen was dit gebied een verkeersknooppunt. Hiervan getuigen de
karrensporen die nog steeds waarneembaar zijn.
Het gebied wordt begraasd door het Schoonebeker heideschaap
en de Schotse Hooglander.
Hier kregen we van de organisatie een pakje sap aangeboden. Trouwens later zouden we dit nog een keer krijgen.
Het duurde niet zo lang meer of we zouden op de helft van onze tocht zijn en een controle en rust hebben in Anloo. Natuurlijk namen we hier zo als gewoonlijk bij een wandeltocht appelgebak.
Ook deze keer ging het appelgebak er weer prima in (ik denk altijd ik loop die calorieën er bij zo'n tocht gemakkelijk weer af, haha) Al snel liepen we weer in het bos.
Natuurlijk passeerde we op onze route ook een hunebed. Dit hunebed schijnt tussen 3400 en 3100 v. Chr. gebouwd te
zijn en wordt toegeschreven aan de
trechterbekercultuur.
Het is een vrij groot hunebed met vier dekstenen, acht
zijstenen en twee sluitstenen.
Intussen had ik het behoorlijk warm gekregen en mijn fleece-jasje was in de rugzak verdwenen. In de buurt van Zuidlaren moesten en diepe droge sloot oversteken met zeer steile kanten. Ik zag het eigenlijk niet zitten dat ik die kanten af en op zou kunnen maar Heleen zei het lukt je best geef me maar een hand. Nu bij de eerste stap gleed ik al uit en kreeg de slappe lach. Met veel moeite kwam ik weer op de been en kwam de andere kant toch op. Trouwens een leuk jochie die er met zijn hond liep bood aan om ons te helpen maar met de kracht van Heleen lukte het me toch om aan de overkant te komen.
Als er een gevaarlijke oversteek was werden we hier door een leuk briefje op een boom op geattendeerd. Toen we er 24 km hadden op zitten kwam de tweede rust en controle maar we liepen door we zouden in de startlocatie nog wel even iets drinken.
Ondanks dat ik al vaker in deze omgevingen gewandeld heb blijf ik het er altijd mooi vinden. Ook de schapen die je her en der zie lopen horen er zo echt bij net als de hunebedden in Drenthe.Even na drie uur arriveerden we weer bij Café Centraal waar we ons afmelden. We namen er nog een groentesoep en ik zoals wat ik gewoonlijk na een wandeltocht doe een pilsje.
Het was een pracht wandeling en het viel me echt niet tegen die 30 km die we gewandeld hebben. Als ik zo'n afstand alleen zou moeten lopen vind ik dat toch niet zo erg gezellig en duurt zo'n tocht in mijn gevoel heel lang.
Heleen, fijn dat je de tocht met me liep anders had ik misschien nog wel in die droge sloot gelegen, haha.