Kerkenpad Oost-Groningen 04-06-2022

Mijn schoonzusje had in het streekblad gelezen dat verschillende kerken hun deuren op 4 juni zouden openen en dat er vrijwilligers in de kerken zouden zijn om iets over de bijzonderheden van het gebouw te vertellen. Het leek ons wel een leuk iets om verschillende kerken die we nog nooit van binnen gezien hadden nu eens te kunnen bezoeken.  Dus hadden wij er een aantal op ons lijstje gezet die we graag eens van binnen wilden zien. 
Sowieso hadden we er twee garnizoenskerkjes op gezet, die van Oudeschans en die van Nieuweschans (het huidige Bad Nieuweschans) 
Een Garnizoenskerk is een kerkgebouw voor militairen die ter plaatse zijn gestationeerd. Oudschans en Nieuweschans waren vroeger vestingsstadjes.
We begonnen met het garnizoenskerkje in Oudeschans. 
Halverwege de zestiende eeuw werd in de Westerwoldsche Aa een sluis gebouwd. Zo kon een groot gebied onder water worden gezet, zodat dit ontoegankelijk was voor vijandelijke legers. Op deze strategische plek kwam in 1593, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, een kleine schans te liggen. Zo ontstond het kleinste vestingsdorpje: Oudeschans.
Hoe klein de vesting ook was, hij speelde een grote rol in de strijd van de Staatse troepen (de Hollanders) tegen de Spaanse macht. Meer dan 200 jaar later, in 1814, is Oudeschans als vesting opgeheven. Maar in de structuur van het dorp is weinig veranderd. Het stratenplan is bewaard gebleven en de plaats van de vroegere wallen en grachten is nog goed te zien.
De voormalige garnizoenskerk van Oudeschans is gebouwd in 1626 en deed dus aanvankelijk dienst voor de gelegerde militairen. Het is een uiterst sober zaalkerkje net als in de beide andere grensvestingen, Nieuweschans en Bourtange. In 1772 zijn kerk en pastorie met elkaar verbonden. Kerk en pastorie vormen zo een geheel; en dat is vrij uitzonderlijk. Omdat het een kerk betreft in een voor die tijd belangrijke vestingplaats, bekostigde koning Willem I een tijdlang de herstelwerkzaamheden.
Bijzonder is ook het orgel: op een paneel is een schijnorgel geschilderd, waardoor het lijkt of er een 18e-eeuws orgel is. Achter de schildering bevindt zich het uurwerk van de torenklok.
De kerk is in het bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken. In de voormalige garnizoenskerk worden nu regelmatig concerten gegeven. Ook fungeert de kerk als multifunctioneel centrum voor het dorp.
De volgende kerk op ons programma was de Magnus Kerk in Bellingwolde.
Het dorp Bellingwolde ontstond in de elfde eeuw op de scheiding van klei en veen in het oosten van de provincie Groningen. Aanvankelijk had het dorp regelmatig te maken met overstromingen van de Dollard, tot de inpoldering van het gebied hier in de zestiende eeuw een einde aan maakte. In de negentiende eeuw vonden bouwactiviteiten plaats in de agrarische sector en verrezen grote boerderijen en arbeiderswoningen. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd de oorspronkelijke lintbebouwing uitgebreid met nieuwbouw.
Deze Magnus kerk heeft een vrijstaande bakstenen klokkentoren.
Kerktorens zijn door de beschutting en het zicht op de omgeving die zij bieden ook voor militaire doeleinden gebruikt. De vrijstaande bakstenen klokkentorens in de provincie Groningen en Oost-Friesland hadden bijvoorbeeld vaak tevens een militaire functie voor de dorpsgemeenschap.
De Hervormde of Magnuskerk was oorspronkelijk gewijd aan Sint Jacobus en is een eenbeukig laatgotisch bouwwerk met een versmald driezijdig gesloten koor. Naast de kerk staat  dus de vrijstaande toren.
Het huidige kerkgebouw kwam tot stand in 1527, nadat de Dollard-vloed van 1509 de oudere kerk zwaar had beschadigd. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van materiaal van de afgebroken kerk van het nabijgelegen Ulsda.
Zodra we in de kerk kwamen kwam er een mevrouw naar ons toe die ons van alles over de geschiedenis van de kerk vertelde. Ze wees ons bijvoorbeeld op de zandloper die tegenover de preekstoel hing. Het is een zandloper van 60 minuten. Ik neem aan dat de voorganger dan kon zien dat hij zijn verkondiging kon gaan afronden want in die tijd moest dat denk ik nog minstens een uur duren (het is niet meer de oorspronkele zandloper)
De preekstoel is van eikenhout en is in 1660 vervaardigd. Op de lessenaar staat een tweearmige koperen kandelaar.
Wat ik heel leuk vond is dat er op de lessenaar het uit het hout gesneden paneel is aangebracht uitbeeldend Het Laatste Avondmaal wat afkomstig is van de preekstoel uit de voormalige Gereformeerde Kerk. 
Vlakbij de kerk bevindt zicht het Rechthuis.
Het Rechthuis is een voormalig gerechtsgebouw in het dorp Bellingwolde. Het gebouw met twee trapgevels werd in 1643 opgericht en tot 1811 in gebruik genomen als burgerlijke rechtbank voor het gebied Bellingwolde-Blijham. Het gebouw is sinds 1972 een rijksmonument.
We gingen hierna naar Nieuweschans waar zich een synogoge en een garnizoenskerk bevinden.
Nieuweschans neemt een wat aparte positie in. Het is geen boerendorp zoals de andere kernen, maar een vesting. De Groningse stadhouder Ernst-Casimir stichtte in 1628 aan de Duitse grens de vesting Nieuweschans, omdat de rijksgrens door verschillende inpolderingen erg open kwam te liggen. Verder zuidelijk werd de grens toen gevormd door het uitgestrekte Bourtangermoeras, dat slecht toegankelijk was en dus veel minder risico met zich meebracht. De vesting lag vanuit Nederland gezien erg afgelegen: er was slechts één trekpad naar Winschoten. Pas in 1866, door de totstandkoming van de spoorverbinding met Groningen, werd de bereikbaarheid sterk verbeterd. Gezien de ligging pal op de grens is het daarom niet zo vreemd dat de contacten met buurland Duitsland altijd erg hecht zijn geweest en er vaak zelfs meer in marken dan in guldens werd verhandeld.
In de synagoge was niet veel te zien.
De synagoge in werd in 1811 gevestigd in de voormalige vestingstad Nieuweschans.
Al sinds 1630 vestigden uit Duitsland afkomstige Joden zich in het op de grens van Nederland en Duitsland gelegen vestingstadje Nieuweschans. Er kon samen met de joodse gemeenschap van het nabijgelegen Bellingwolde één gemeente worden gevormd. In 1811 kreeg deze gemeenschap de beschikking over een gebouwtje. Tot 1925 heeft dit gebouw dienstgedaan als synagoge van de joodse gemeenschap van Nieuweschans en Bellingwolde. Door de terugloop van het aantal joodse inwoners in de jaren twintig van de 20e eeuw kon het quorum voor het gemeenschappelijk gebed in de synagoge niet meer gehaald worden. Het gebouw werd verkocht en van de opbrengst kon in 1934 een bidlokaal in Bellingwolde worden gerealiseerd.
De oorspronkelijke garnizoenskerk is van 1751. Het was een multifunctioneel gebouw: de zolder diende als opslagruimte voor munitie en hooi, en achter de kerk waren twee paardenstallen. In de 19de eeuw verloor de kerk haar functie als garnizoenskerk.
De kerk staat midden in het dorp. Het feit dat het gebouw in vroeger tijden zowel als godshuis alsook als pakhuis gediend heeft, is tot op heden goed te zien. De kerk geeft van buiten enigszins de indruk van een Gronings grachtenpand. Ook de bovenramen in de voorgevel, typisch voor een pakhuis, herinneren nog aan de oude tijd. In de achtergevel zit nog altijd het oude zolderluik.
een herinnering aan de tijd dat er paardenstallen achter de kerk waren 
een herinnering aan de vele zeelui die in Nieuweschans woonden en op zee gebleven zijn
We kregen zin in een kopje koffie en vlak bij een leuk straatje zagen we een leuk winkeltje waar je ook koffie kon drinken.
We gingen op weg naar Beerta om daar de kerk te gaan bezichtigen.
De kerk is een laatgotische kerk. 
De Beertsters moesten vanwege de oprukkende Dollard in de 15e eeuw uitkijken naar hoger gelegen gronden. De huidige kerk is gebouwd tussen 1506 en 1508. De stichtingsteen met het jaartal 1506 werd lange tijd verloren gewaand, maar in 1961 teruggevonden. Voor de kerkbouw werden vooral stenen gebruikt van de vervallen kerk van Ulsda (net als voor de kerk in Bellingwolde), die na 1462 werd ontmanteld. Ook de brokken tufsteen die in de muren werden verwerkt, zullen afkomstig zijn uit Ulsda. Volgens een overlevering werden de stenen via een lange rij mensen doorgegeven totdat ze op hun nieuwe plek waren aangeland. De patroonheilige van Beerta was Bartholomeus; hij werd omstreeks 1609 om onbekende redenen vervangen door Laurentius, wiens afbeelding werd opgenomen in het kerspelzegel van Beerta en daarna in het gemeentewapen van Beerta.
De losstaande kerktoren dateert uit 1806. 
Voorin de kerk liggen er verschillende oude grafzerken.
Er was nog tijd om ook naar de kerk van Finsterwolde te gaan.
Deze kerk die op een kerkhof staat, was ooit een indrukwekkende romanogotische kruiskerk. Van de oorspronkelijke kerk is alleen nog het sterk gewijzigde schip uit circa 1275 over. Los van de kerk staat hier de toren uit 1820/1822. Op de spits van deze toren staat een paard.
In de kerk is een mooi versierde preekstoel van 1806. Er staan vrouwenfiguren op en de evangelisten. 
In deze kerk en trouwens in alle kerken waren vrijwilligers die graag iets over de geschiedenis van het kerkgebouw vertelden en ook antwoord gaven op vragen die we hadden. In iedere kerk lag een gastenboek en mijn schoonzusje schreef in elk gastenboek een reactie.
We hadden die avond gereserveerd in een tapas restaurant maar omdat we nog tijd genoeg over hadden en het heerlijk weer was gingen we nog iets drinken op een terras bij het Oldambtmeer. We zaten vlak bij een sluisje waar af en toe een bootje door ging. Het was er heerlijk zitten. Er waren bij de sluis  ook kunstwerken te zien "Stainstoulen" geheten 
De "Stainstoulen" zijn van Luc Leenknegt.
De stoelen zijn gemaakt met keien die zijn uitgegraven bij de aanleg van de waterweg de Blauwe Passage. Op de stenen zijn rugleuningen van cortenstaal geplaatst voor enig comfort. 
Ondanks dat deze kerken niet te vergelijken zijn met katholieken kerken en kathedralen en ze van binnen dus veel eenvoudiger zijn was het toch wel interessant om de geschiedenis van de kerkgebouwen te horen. Het was een leuke dag. 

Drents Friese Woud Wandelvierdaagse Diever 26 t/m 29 mei 2022

Enkele weken terug vroegen twee wandelvriendinnen of ik geen zin had om met ze mee te gaan naar Diever om daar een of meerdere dagen van de wandelvierdaagse te gaan wandelen. Het fijne van deze wandelvierdaagse is dat je niet iedere dag hoeft te lopen en je ook van afstand mag wisselen. Het leek me wel wat om in ieder geval te gaan proberen om een dag te lopen. Ik heb de laatste tijd nogal wat lichamelijke klachten en ik was benieuwd of ik de minste afstand wel zou kunnen volbrengen (12 km) Zij liepen en langere afstand. We vertrokken de eerste dag van huis met een volgepakte auto want we hadden voor 3 nachten een trekkershut gehuurd. 
Nadat we ons hadden ingeschreven begonnen we aan onze tocht. Conni en Heleen had er al direct de pas in maar ik liep op mijn eigen tempo. Ik passeerde een groot insecten hotel daar is het insectenhuis in mijn tuin niets bij. Ook kwam ik langs een hunebed. Ik ben al heel vaak in Diever geweest maar dit hunebed had ik nog nooit gezien.
Het hunebed wordt toegeschreven aan de trechterbekercultuur. Het heeft een poortsteen en zes dekstenen. Drie van deze dekstenen liggen in de grafkelder. Ook zijn er twee sluitstenen en veertien draagstenen. Het hunebed is 14,5 meter lang en 4,8 meter breed. Dit hunebed wordt al in de 17e eeuw vermeld. Het staat afgebeeld op de Franse kaarten.
Ik verwachtte dat we veel paden met los zand zouden krijgen want dat was bij de eerdere keren dat ik hier een vierdaagse liep altijd zo maar gelukkig was dit nu niet zo. Op de bospaden die we nu moesten nemen stonden soms hele grote plassen maar gelukkig kon je er nog wel omheen lopen.
Ook dit jaar was de rustpost weer op vakantiepark "Wildryck" Bij de vierdaagse van Diever krijg je altijd iets bij de eerste stempelpost en dit keer was het een banaan. Ik dronk er een kop koffie en at mijn krentenbol op en ging hierna weer verder. Ik was op de helft van mijn tocht.
Ook het tweede gedeelte van de tocht ging weer door een mooie bosrijke omgeving en ook hier stonden flinke plassen op de paden. 
Ik was blij dat ik me kon afmelden. Omdat ik erg langzaam liep en af en toe stil moest staan om weer op adem te komen vroegen regelmatig wandelaars of het wel met me ging. Wel aardig natuurlijk maar ook wel een beetje vervelend. Toen ik een heuveltje op moest gaf een man me zelfs een hand wat ik wel fijn vond. 
Heleen en Conni waren nog niet binnen en ik wachtte op hen en nadat we iets gedronken hadden gingen we naar onze trekkershut in Beilen.
De trekkershut viel ons alles mee. De trekkershut stond op een kleine camping die Molenzicht heette en je had dan ook zicht op de molen van Makkum.
De molen was gewoon open en je kon er allerlei soorten meel kopen. Ook is het een Rust voor fietsers en wandelaars en kan men er koffie of thee drinken (zelfbediening)
De volgende dag besloten Conni en Heleen om ook 12 km te gaan wandelen maar ik vond het prettiger dat zij hun eigen tempo liepen. Af en toe stonden ze me wel op te wachten. Deze dag voerde de route voor het grootste gedeelte door open veld.
Ik vind zulke graspaadjes altijd vreselijk om te lopen en zeker deze keer omdat mijn tempo zeer laag was en je de achtervolgers in je nek hoorden hijgen.
Ik kwam langs een voormalig tolhuis wat natuurlijk helemaal gemoderniseerd was.
Toen ik bij de rust en stempelpost aankwam stond Heleen me al op te wachten en zei dat ze al koffie en een gevulde koek voor me gekocht hadden. Bij Conni was er nog plaats om even te zitten. 
Na een korte pauze stapten we weer op. Ik zei dat zij wel door konden lopen naar de finish en daar op me konden wachten. Er volgde een eindeloze weg tussen landerijen en weilanden.
Ik dacht wanneer zullen we eens afslaan maar toen zag ik opeens de molen van Diever en niet veel later liep ik Diever in.
Ik zag een veld met schapen maar de begroeiing was zo hoog dat ze nauwelijks te zien waren. 
Er volgde nog een klein paadje en ik kon me gaan afmelden. Heleen riep me en zei dat ik nog net op tijd was voor de bitterballen die ze gekocht hadden. 
Toen we terug waren bij de trekkershut nam ik eens een kijkje bij de dieren die er allemaal waren. 
Ik had nog nooit zulke varkens gezien die half wit en half bruin zijn. Wat ik ook heel leuk vond was dat de lammetjes de fles kregen. Vroeger thuis hebben we dat ook gedaan met twee lammetjes (pappotten) en de herinnering kwam weer boven aan Rikkie en Mikkie want zo hadden we ze genoemd.
Toen ik de volgende dag wakker werd en uit bed stapte vroeg Heleen wat ik ging doen zij bleef thuis omdat ze zich niet helemaal fit voelde. Dat kwam mij heel goed uit want ik had al gedacht, toen ik nog in bed lag, om een dag rust te nemen want ik had twee dagen gelopen en dat was al meer dan dat ik gedacht had. Conni besloot om dan ook maar een rustdag te nemen.
Terwijl we rustig aandeden kregen we bericht van Janny dat ze al in Diever was, zij zou de laatste dag meelopen en de dag ervoor al komen. Ook Heleen haar vader stuurde een berichtje dat hij In Dwingeloo stond. Dom, dom, dat we hun geen berichtje gestuurd hadden dat we die dag niet liepen. Maar al snel kwam het plan op om dan maar naar van der Valk in Spier te gaan om daar gezellig met elkaar koffie te gaan drinken.
Het was reuze gezellig en het gebak was heerlijk. 's Middags gingen we naar Beilen om te winkelen en 's avonds stond een buffet bij de Chinees in Dieverbrug op het programma. Om daar heen te gaan is een beetje een traditie voor me want als ik vroeger met Manlief in Diever op de camping stonden gingen we daar ook altijd heen.
Iedere avond vermaakten we ons met spelletjes.
De laatste wandeldag liep Janny met mij de 12 km mee en Heleen en Conni gingen voor de 20 km. Janny moest zich 's morgens nog inschrijven.
We gingen deze dag richting Wapse en het eerste deel ging door het bos.
Op onze routebeschrijving stond dat we langs een kogelvanger moesten.
Een kogelvanger maakt deel uit van een schietbaan. De schietschijven stonden voor de kogelvanger. Zodat de kogels die naast gingen in de wal terecht kwamen. De kogelvangers zijn zo'n 5 meter hoog. Daar bovenop stond nog een schutting. De kogelvangers zijn rond 1905 aangelegd en zijn zo'n vier jaar lang gebruikt. Ze zijn daar aangelegd voor een militair oefenkamp bij Wapse. Militairen kregen dus schietles in de bossen bij Wapse. De kogelvangers moesten de omgeving  beschermen tegen rondvliegende kogels.
We kwamen intussen wel bij de rust en stempelpost waar we even een korte pauze hielden. Toen we weer verder gingen keken we niet goed naar de pijlen met het gevolg dat we weer terug moesten omdat we op de route van de 20, 30 en 40 zaten.
Ik was al bang dat we over het hele smalle graspaadje naar de visvijver moesten en ik had me voorgenomen dat als dat zo was ik via het fietspad naast de weg naar Diever zou gaan. Maar het hele smalle paadje stond niet op onze route.
Hierna kwamen we in de bebouwde kom van Diever en gingen we ons afmelden en wachtten we op Heleen en Conni totdat zij binnen waren.
Voordat wij weer naar huis gingen gingen we eerst nog naar de camping met de trekkershut waar we nog mochten douchen en onze bagage gingen op halen. 

Het zijn leuke dagen geweest. Ik vond het leuk dat ze mij hadden meegevraagd om ook te gaan wandelen. Gezellig dat Janny kwam om de laatste dag met me mee te wandelen.
Mijn streven was om de eerste en de laatste dag te wandelen en ik ben trots op mijzelf dat het drie dagen zijn geworden hoewel het wel met hangen en wurgen was.