Wereldhavendagen 02-09-2017 (deel 1)

Ik had een poosje terug met mijn (blog)vriendin Mizzd voor de eerste zaterdag in september afgesproken dat we een stadswandeling in Rotterdam zouden gaan doen. Het bleek dat er dat weekend ook de Wereldhavendagen in Rotterdam waren.
Daarom besloten we om zowel een stuk van de binnenstad van Rotterdam te gaan doen en ook wat van de Havendagen mee zouden gaan pikken.
Wereldhavendagen is een groot evenement in de haven van Rotterdam. Het is bedoeld om kennis te maken met en een kijkje achter de schermen van de Rotterdamse haven. Het evenement trekt jaarlijks vele bezoekers. De Wereldhavendagen vinden ieder eerste weekend van september plaats.

Tijdens de Wereldhavendagen worden alle facetten van de haven aan de bezoeker getoond. Haven en stad zijn in Rotterdam natuurlijk nauw met elkaar verbonden. Bezoekers worden op een informatieve en ludieke manier geïnformeerd over wat er in de haven gebeurt en er vindt allerlei havenspektakel op het water plaats.
Manlief bracht me naar de trein in Groningen zodat ik niet al te laat in Rotterdam zou zijn. Het eerste stuk van mijn treinreis was de nevel een pracht gezicht vanuit de trein (doordat de trein zo hard ging zijn de foto's  helaas niet scherp)
Op het station ontmoette ik Mizzd, hoewel ik haar eerst even niet zag. Ik meende dat haar trein eerder was aangekomen dan die van mij maar dat bleek niet zo te zijn.
Rotterdammers geven graag bijnamen aan gebouwen etc. De bijnamen voor het Centraal Station zijn "Station Kapsalon", "De Haaienbek" of "De Grote Muil".
Een “kapsalon” is een combinatie van patat, shoarma, salade, sauzen en kaas, die  jaren geleden in Rotterdam-West ontstond, waar een kapper het gerecht vaak bestelde bij een shoarmazaak.
Mizzd vroeg of ik al gelijk behoefte had aan koffie anders gingen we bij Dudok koffie drinken met hun beroemde appeltaart. Nu dat leek me een prima plan.
Als je in Rotterdam bent moet je natuurlijk ook over de Lijnbaan lopen en dat deden we dan ook. We kwamen er het beeld van het Lezend Meisje tegen van Huib Noorlander (1928-2004)
Dit beeld was een geschenk van de Rotterdamse Boekverkopers aan de gemeente, ter ere van de vijfentwintigste Boekenweek in 1960. Rotterdam kende na de Tweede Wereldoorlog vrij veel boekhandels, die de boekenweek een lokaal gezicht wilden geven door het beeldje aan te bieden aan de gemeente. 
En een beeld van de Twee Spelende Beren.
Dit beeld van Anne Grimdalen (1899-1961) staat symbol voor de hartelijke banden tussen Rotterdam en Oslo. In 1951 kreeg de Maasstad van de Noorse hoofdstad (voor de eerste maal) een kerstboom, een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt. In 1956 besteedde de net nieuwe Lijnbaan aandacht aan Oslo met een tentoonstelling die werd geopend door de burgemeester van Oslo. Toen de tentoonstelling sloot, kreeg de Vereniging Winkelpromenade van de Noorse ambassadeur dit beeld aangeboden. 
Voor ons doemde het mooie stadhuis van Rotterdam op.
Het stadhuis is gebouwd tussen 1914 en 1920 naar een ontwerp van Henri Evers. Het is een van de weinige gebouwen in het centrum van Rotterdam die het bombardement van 14 mei 1940 hebben doorstaan.
In een nis van het stadhuis staat op een sokkel een bronzen standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt
In halfronde nissen aan weerszijden van de hoofdingang zijn twee mooie reliëfs te zien.
Op internet vond ik de volgende uitleg want wat de tekst U.P.N.O betekende wisten we niet.
De reliëfs zijn van kunstenaar Simon Miedema (1860-1934) 
U.P.N.O. (= Ultra Poss Nemo Cogitur, vertaald is dat: Tot meer dan hij kan, wordt niemand gedwongen.
De reliëfs stellen de Portier en de Fiscus voor stond er.
Naast het stadhuis bevindt zich het Hoofd Postkantoor.
Het hoofdpostkantoor is een voormalig postkantoor en nu een rijksmonument .

Ook het postkantoor is net als het Stadhuis relatief ongeschonden de oorlog doorgekomen.
Het is ongeveer tezelfdertijd gebouwd als het naast gelegen stadhuis. Omdat men niet wilde dat het postkantoor even prominent aanwezig zou zijn als het stadhuis, plande men het verder van de straat af. De bedoeling om het postkantoor “naar achteren” te halen maar had volgens sommigen een averechts effect, omdat het postkantoor, anders dan het stadhuis, nu een voorplein kreeg.
Patisserie Dudok kwam in zicht en wij zochten een plaatsje. Nu het was goed te zien dat hun appelgebak beroemd is want het was er flink vol. Nu ik moet ook zeggen dat het heel lekker gebak was. Nadat we genoten hadden van dat hele lekkere appelgebak moesten we verder want we hadden veel op ons programma staan om te gaan bezichtigen.
We gingen nu richting de Grote of Sint-Laurenskerk, vaak kortweg Laurenskerk genoemd. Het enige overblijfsel van het middeleeuwse Rotterdamse stadscentrum. Eerst passeerden we het standbeeld van Desiderius Erasmus dat ontworpen werd door beeldhouwer Hendrick de Keyser.
We kwamen langs het Erasmusmonument. Op deze plek heeft het huis gestaan waar Erasmus in oktober 1466 geboren is. 
Hierna gingen we naar de Markthal. Deze had ik al heel lang op mijn verlanglijstje staan om eens te gaan bezoeken.
De binnen gevel van de Markthal is bekleed met een groot kunstwerk van Arno Coenen en Iris Roskam, getiteld Hoorn des Overvloed. Deze titel verwijst naar de Cornucopia, een hoorn uit de Latijnse mythologie die overvloed en verzadiging symboliseert. Het kunstwerk toont sterk uitvergrote vruchten, groenten, granen, vissen, bloemen en insecten. Op de achtergrond is ook de St. Laurenskerk met toren te zien.
Nee, een kroket namen we niet
En ook de snoepkraam deden we niet aan
Vlakbij de Markthal staat het Toonermonument, "Ode aan MartenTooner".  Natuurlijk gingen we er even een kijkje nemen.
Het werd in 2002 onthuld ter ere van de negentigste verjaardag van Marten Toonder. Het is een obelisk van ruim zes meter hoog, met Tom Poes fier bovenop een wereldbol. Aan de voet van de obelisk zijn op een bank vier bekende figuren uit de strips van Toonder te vinden: markies De Cantecler, burgemeester Dickerdack, professor Sickbock en schilder Terpen Tijn.
Voordat we verder gingen wilde ik iets in mijn rugzak doen. Omdat Mizzd in het begin gezegd had dat ik op moest passen voor zakkenrollers had ik een cijferslotje gebruikt om mijn rugzak af te sluiten. Nu het duurde wel even voordat ik het weer open had hoewel ik de cijfercombinatie wel wist.
We gingen richting de bekende kubuswoningen. De kubuswoningen vormen met de naastgelegen Blaaktoren een bekend herkenningspunt in de stad. De Blaaktoren is een woontoren aan de Binnenrotte bij de Blaak in Rotterdam. Aan het opvallende puntvormige dak ontleent het gebouw zijn meer bekende bijnaam "Het Potlood".
Zo'n kubuswonning is van binnen te bekijken en natuurlijk leek mij dit wel wat. Mizzd had deze al vaker bezocht. Ik moet zeggen dat de ruimte me tegenviel. Ook moet je goed ter been zijn wil je er kunnen wonen. Ook de meubels etc. moeten volgens mij speciaal gemaakt worden. Zelfs als je een gebroken voet hebt kun je er tijdelijk niet wonen.  
We kwamen bij de Oude Haven en zagen het Witte Huis en de Willemsbrug op de achtergrond. Ook de historische Scheepshelling Koningspoort bevindt zich in de Oude Haven.
De Oudehaven is niet de oudste haven van Rotterdam; dat was feitelijk een steiger in de gracht ten zuiden van de Middeldam, de latere Hoogstraat, welke gracht nu nog gedeeltelijk bekend is als Steigersgracht, maar die destijds "toepasselijk Steyger” heette.
We gaan de Spanjaardbrug over.
De Spanjaardsbrug uit 1886 ligt over het water waar het Haringvliet en de Oude Haven in elkaar overgaan. Het ontwerp van de brug is van ir. G.J. de Jongh. De beweegbare dubbele stalen bascule brug, aangedreven op waterkracht, is een rijksmonument.
We kwamen nu ook vlakbij Het Witte Huis wat een rijksmonument is.
Het Witte Huis is een gebouw dat een tijdlang het hoogste kantoorgebouw van Europa is geweest. Het heeft in 1940 ook als een van de weinige gebouwen in het stadscentrum het bombardement op Rotterdam doorstaan. Het was de eerste wolkenkrabber van Rotterdam en wordt door sommigen ook als eerste wolkenkrabber in Europa beschouwd (al wordt die titel meestal aan de Boerentoren in Antwerpen toegekend).
Het bouwwerk werd in de tijd van ontstaan als "wolkenkrabber" beschouwd.  
Het tien verdiepingen tellende gebouw is uitwendig bekleed met natuur- en geglazuurde (witte) baksteen, waarin decoraties zijn opgenomen met bloemmotieven in Art-Nouveautrant 
Mizzd keek even door een verrekijker wat volgens mij geen echte verrekijker was maar je kon erdoor zien hoe het er daar vroeger heeft uitgezien.
Voor dit verslag heb ik een paar foto's van Mizzd gebruikt en de cursieve tekst komt van internet.
Zie voor het vervolg deel 2

Monnikentocht 2017 ( 26-08-2017)

2017
Runners Oost Groningen organiseerde dit jaar voor de eenentwintigste keer de Monnikentocht een tocht voor marathonlopers, ultralopers, sportief wandelaars en Nordic Walkers. Voor wandelaars en Nordic Walkers kon er uit twee afstanden gekozen worden n.l. 17 en 33 km.  

Karin en ik hadden ons ingeschreven voor de 17 km en het zou de eerste wandeltocht weer zijn na de blessure aan mijn teen en ik was benieuwd hoe het zou gaan. Onze startlocatie was camping De Barkhoorn te Sellingen. 
Omdat ik deze tocht al vaker gewandeld had (zowel de 33 als 17 km.) wist ik dat de route ons door het fraaie landschap van Westerwolde zou voeren over verharde en onverharde wegen en paden naar het vestingstadje Bourtange. 

Westerwolde wordt voor het eerst in de negende eeuw vermeld als Westerwalde, daarna vermoedelijk in 1056 als Wesderewalde of Wesderwalde. De naam met de uitgang -wolde geeft aan dat het oorspronkelijk om een “uitgestrekt, ongeëxploiteerd bos” of “wildernis” ging, dat ten westen van het kerngebied van de regio lag. 
Vanaf de negentiende tot ver in de twintigste eeuw zijn de heidevelden en veengebieden van Westerwolde ontgonnen. De aanleg van het Mussel-Aa-kanaal en het Ruiten-Aa-kanaal is hier een stimulans voor geweest. Hierdoor konden de middelen om de onvruchtbare velden te bemesten worden aangevoerd en de landbouwproducten worden afgevoerd. De grootste rol in het ontstaan van het ontginningslandschap van Westerwolde was weggelegd voor de werkverschaffing. Vele werklozen hebben van de jaren twintig tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw met de hand vele gronden ontgonnen. Hierop ontstond het ontginningsland dat gekenmerkt wordt door rationele verkaveling en openheid. 
Na een kop koffie vertrokken wij vanaf de startlocatie in Sellingen. Direct gaan we de Sellingerbossen al in die in beheer zijn bij Staatsbosbeheer.
Het Sellingerveld, vroeger de heidevelden van de marke Sellingen, die dus in de jaren dertig zijn ontgonnen. Een gedeelte van de bossen wordt tegenwoordig gebruikt voor waterwinning. De Ruiten Aa is in de jaren zestig gekanaliseerd, maar in de jaren negentig hermeanderd in het kader van natuurontwikkeling. Langs de Ruiten Aa staat een opvallende natuurkijkheuvel met daarop een kunstwerk van beeldend kunstenaar Adriaan Nette. Dit Theater van de Natuur is draaibaar, zodat je op verschillende manieren naar het landschap om je heen kunt kijken. Op de traptreden staan gedichten van Adriaan Morriën, Harry Muskee, Def P, Kees Stip en nog vele anderen.
Gedicht op de elfde trede
In het begin zagen we paaltjes die kabouters voorstelden. Dit waren uitgezette wandelroutes maar die moesten wij niet volgen. Voor ons stonden er bordjes en ook hadden we een routebeschrijving meegekregen.
In het begin van de tocht waren de draadjes van de spinnenwebben goed zichtbaar door de dauw. Ook de hei stond mooi in bloei.
Zoals ik al wist van de andere keren dat ik deze tocht liep was de omgeving weer prachtig om er te wandelen. 
Ik had tegen Karin gezegd dat we wel paddenstoelen moesten spotten. Bij Mizzd had ik namelijk al prachtige exemplaren gezien in haar postjes op haar blog. Wij zagen nog niet echt hele mooie en velen waren ook aangevreten.
We kregen van Heleen, die met haar moeder bij een verzorgingspost zat een app'je met foto dat haar moeder en zij klaar zaten om ons te ontvangen (Heleen is lid van de hardloopgroep ROG) Nu wij moesten de eerste verzorgingspost nog passeren.
Op een gegeven moment wisten we niet of we hadden moeten afslaan en Karin liep even terug. Maar goed dat ze dit deed want de wandelaars moesten links af.
Het duurde niet zo erg lang of de eerste verzorgingspost kwam in zicht. We dronken er wat en namen een stukje fruit.
We gingen gelijk weer verder want we hadden er nog maar 5 km opzitten.
Ik vond ook dat het aardig warm geworden was. Ik begreep van de hardlopers dat het voor hun ook redelijk warm was.
We moesten door een stuk weiland waar het gras behoorlijk hoog stond. Ik heb het hier eigenlijk niet zo op want ik verzwik mijn voet dan nogal gemakkelijk omdat ik dan niet goed kan zien waar eventuele kuilen zitten. 
We passeerden een huis waar de bewoners van een boom en waar kunstwerk hebben gemaakt.
En toen kwamen we bij het sluisje waar Heleen met haar moeder een verzorgingspost bemanden of misschien beter gezegd bevrouwden.
De kofferbak van Heleen haar auto leek op een voorraadkast.
We dronken er wat, wat er best in ging met dat warme weer, kregen mini cervelaat worstjes die ze speciaal voor ons had en kregen nog een banaan mee.
Het was gezellig om er even met haar en haar moeder te kletsen maar we moesten verder naar Bourtange waar de finishlocatie was.
Ook dit jaar kwamen we weer een monnik onderweg tegen en natuurlijk wilde ik dat Karin er mee op de foto ging. Eerst stribbelde ze wat tegen maar uiteindelijk deed ze het toch.
Na een poosje kwam het vestingsstadje Bourtange in zicht.
Het huidige Bourtange is gebaseerd op tekeningen van de vesting van 1742 en geeft een compleet beeld van hoe de vestingstad er toen bij moet hebben gelegen. De vestingstad is nog steeds bewoond. Gebouwen die eerder een militaire functie hadden herbergen nu een informatiecentrum, horeca en musea. Heden en verleden komen samen in Bourtange te midden van herstelde verdedigingswallen, grachten en oude kanonnen. 
Op de wallen van Vesting Bourtange staan sentinellen. Dit zijn schildwachtposten met uitzicht over de buitenterreinen. Deze houten uitkijkposten zijn uniek in Nederland.
Maar hoewel we al vlak langs het vestingsstadje kwamen gingen we er eerst nog met een boog omheen om aan de Duitse kant de vesting binnen te gaan.
We passeerden ook nog een verzorgingspost waar we water konden nemen. Deze post werd bemand door een non en een monnik.
Hoewel Karin geen soldaat is probeerde ze wel even hoe het op een secreet zat.
Niet veel later meldden we ons af bij de stand van ROG en kregen we als herinnering een handdoek.
We dronken nog wat op één van de vele terrasjes die er op het plein zijn en daarna gingen we de vesting aan de Nederlandse kant uit. Hier passeerden we het beeld Piekenier
Een piekenier is een soldaat die vecht met een piek; een lange lans van drie tot vijf meter lang. In de zeventiende en begin achttiende eeuw vochten piekeniers in grote formaties en werden zij ondersteund door musketiers. Ook in Bourtange vochten piekeniers om de vesting te beschermen.
Hans Mes (1962) maakte dit beeld om terug te denken aan de slag om Bourtange. 
Buiten de vesting stonden bussen die de wandelaars en hardlopers terug brachten naar hun startlocatie.
Het was een mooie tocht. Voor mij persoonlijk had het wel wat minder warm mogen wezen. Het was gezellig om de tocht samen met Karin te doen. 
Ook leuk om als herinnering een handdoek te krijgen.
In het water rondom de vesting waren heel veel mooie waterplanten