Op deze site doe ik verslag van mijn wandelingen. Ik stel een berichtje erg op prijs als u hier een bezoekje hebt gebracht.
Van Dam tot Dam wandeltocht 19-09-2015
Ik ga vandaag de Dam tot Dam wandeltocht wandelen die door Le Champion voor de dertiende keer georganiseerd wordt
Stichting
Sportevenementen Le Champion staat sinds jaren bekend om het organiseren van
sportevenementen in het algemeen en in het bijzonder van wieler- en
hardloopevenementen. De Dam tot Damloop en de PWN
Egmond Halve Marathon zijn de bekendste evenementen die de rijke
geschiedenis van Le Champion evenementen opgeleverd heeft. In 2003 ontstond het
idee om, na eerder het fietsen en hardlopen tot kunst te hebben verheven, "de
wandelsport te ontdekken". Wat in Egmond aan Zee begon met een eerste test –
waaraan 2.700 ‘pioniers’ aan de start verschenen – resulteerde in 2003 in de
eerste Dam tot Dam Wandeltocht. De achterliggende gedachte was het bieden van
een extra mogelijkheid om het Dam tot Damloop parcours ook wandelend af te
kunnen leggen en een weekend lang te genieten van de unieke sfeer die zo
typerend is voor de Dam tot Dam evenementen.
Le Champion stimuleert
sporten voor het goede doel. In het geval van de Dam tot Dam Wandeltocht is dat
de Stichting Pink Ribbon, die zich inzet voor de strijd tegen borstkanker.
Wandelaars die zich online inschrijven, kunnen ervoor kiezen een vrijwillige
bijdrage te leveren aan de stichting.
Vandaag word ik al vroeg door manlief naar het station in Groningen gebracht om de eerste trein te nemen. Deze trein naar Vlissingen is de enigste trein die rechtstreeks naar Amsterdam Centraal rijdt. Deze tocht is alleen te lopen als je je van tevoren hebt ingeschreven en dat heb ik gedaan voor de 20 km. Wanneer ik om ongeveer 8 uur in Amsterdam aankom zie ik bijna alleen maar wandelaars die zich naar de Dam begeven. Ik neem eerst nog een kop koffie in een restaurant en maak er gebruik van het toilet en dan begeef ik me naar de Dam waar ik mijn startkaart laat afstempelen.
Vlak nadat ik mijn kaart heb laten stempelen begint het opeens flink te regenen en ben ik genoodzaakt om bij het Paleis op de Dam een plekje te zoeken om te schuilen. Het ziet er niet direct naar uit dat het weer droog zal worden en ik besluit mijn regen-poncho maar aan te doen en aan de 20 km te gaan beginnen.
Ik zet de Nieuwe Kerk op de foto maar ik ben bang dat ik geen of weinig foto's kan maken want regen is natuurlijk niet zo best voor mijn camera en ik heb deze op de dag af precies een maand.
Wel jammer want de 20 km route gaat door de karakteristieke volkswijk de Jordaan en langs de Amsterdamse grachten en ik had hier graag wat foto's willen maken.
De Amsterdamse Jordaan is ongetwijfeld de meest bezongen,
beschreven en geromantiseerde stadswijk van Nederland. Ooit aangelegd als wijk
voor de minder bedeelde, vandaag de dag is het een favoriete wijk voor
studenten, artiesten en jonge ondernemers.
De Jordaan dankt zijn naam waarschijnlijk aan het Franse
woord jardin (tuin) De meest gehoorde verklaring is dat het woord is afgeleid
van het Franse jardin (tuin). De Franse immigranten uit de 17e eeuw zouden de
wijk Jardin genoemd hebben, omdat de meeste straten van de Jordaan naar bloemen
vernoemd zijn.
Sommigen zeggen echter dat de naam is geïnspireerd door
de rivier de Jordaan, het bekende water in het Heilige Land. Maar historicus
Kannegieter houdt het er op dat de naam komt van het Franse riviertje de
Jordanne in de Auvergne. De historicus verklaart dat de Fransen dit vervuilde
riviertje vergeleken met de Prinsengracht, welke toentertijd ook al niet te
schoon was.
bron:internet
Voor een mooie gevelsteen haal ik nog wel even mijn camera te voorschijn (hoewel deze niet al te scherp is) en ook om de Prinsengracht op de foto te zetten.Met het Buiksloterwegveer steek ik het IJ.
Dit veer vaart dagelijks naar de Amsterdam Noord en terug, elke paar minuten, ook ‘s nachts en de overtocht duurt ook maar even en is gratis
Het veer is voor het grootste deel gevuld met wandelaars.
Gelukkig regent het niet meer en kan ik mijn poncho uit doen. De route gaat via het Florapark naar de Buiksloterbrug. Nu komen we op het gedeelte van de route waar zich de authentieke Zaanse huisjes bevinden. Hier hangen vlaggetjes bij de huizen en soms staan er ook boxen buiten waar muziek uit klinkt. Dit is ook het parcours voor de Dam tot Dam loop van morgen.
Het is de tweede keer dat ik de Dam tot Dam wandeltocht doe en ook deze keer is het weer erg gezellig ondanks dat het weer deze keer iets minder goed is dan mijn vorige keer.
Shanty koren luisteren de boel op en ook de verzorging op de stempelposten is weer prima.
Ook het Pad der Spreuken van Pink Ribbon kom ik mooie levensmotto's en inspirerende quotes tegen.
Even is het weer nodig dat ik mijn poncho aan doe want het begint weer te regenen maar gelukkig is het maar van korte duur. Nu komt Zaandam in zicht en ik denk dat het niet zo erg lang meer zal duren of ik zal op het finishterrein komen maar niets is minder waar. Deze keer gaat de route nog zeker 2 km verder dan de vroegere finishlocatie door een ongezellige buurt met een slechte bestrating. Een nadeel is hier ook dat in beide richtige wandelaars lopen. Wandelaars die al op weg zijn naar het station omdat zij al gefinisht zijn en de straatjes zijn smal en er is ook verkeer. Ook de finishlocatie vind ik minder gezellig dan de Burcht waar deze vroeger was.
Ik laat mijn kaart afstempelen, de medaille wordt mijn omgehangen en mijn wandelboekje laat ik afstempelen. Dan ga ik op weg naar het station wat door de finishlocatie van nu ook op 2 km. lopen van het station ligt.
Vlak bij het station bevindt zich het Inntel Hotel. Dit hotel met de in het oog springende gevel bestaat uit een opeenstapeling van bijna zeventig losse Zaanse huisjes, uitgevoerd in de vier kleuren Zaans groen.
Ondanks dat ik af en toe mijn poncho nodig had was het weer een mooie tocht. Jammer dat ik door het weer niet veel foto's gemaakt heb.
Gelukkig ben ik tijdens de wandeltocht niet gevallen maar deze keer gebeurde het wel in de trein op de terugreis. Bij het overstappen in Utrecht stond ik al op het trapje van de dubbeldekker trein om naar het halletje te gaan toen de trein plotseling van stilstaan weer in beweging kwam. Voordat ik het wist lag ik languit op het trapje natuurlijk kom ik net op mijn pijnlijke schouder terecht. Het leek erop dat de medereizigers meer geschrokken waren dan ikzelf.
Ruitershorntocht 12-09-2015 Muntendam
Na de inschrijving drink ik nog een kop koffie en ga dan op pad.
Wanneer ik ongeveer 1 km gewandeld heb kom ik tot de ontdekking dat ik mijn fiets niet op slot gezet heb en ik besluit om toch maar even terug te gaan.
Het is nog wat heiig weer maar niet echt koud of kil en ik heb daarom ook slechts een dun fleece jasje aan.
Ondanks dat ik aan een georganiseerde wandeltocht deel neem kom ik nauwelijks wandelaars tegen en ik geniet erg van het prachtige natuurgebied.
Ik kom op het Henk Faber pad, volgens mij het enige pad in het natuurgebied wat een naam heeft.
Faber heeft duizenden kinderen en volwassenen naar de
natuur leren kijken en de natuur leren ontdekken. Hij kende het natuur- en educatiecentrum De Heemtuin en
natuurpark Tussen de Venen op zijn duimpje. Faber wist alles van vogels,
planten, dieren, waterbeestjes en braakballen. Henk Faber kon omschreven
worden als een echte "groene" man, volgens zijn kinderen.
Ik kom nu bij de Heemtuin en het bezoekerscentrum. Midden jaren negentig is begonnen met de bouw van een duurzaam gebouwd bezoekerscentrum in de vorm van een bij en de aanleg van een cultuurtuin rondom dit gebouw. In een deel van de tuin is de zogenoemde kruidentuin, aangelegd in de vorm van een vlinder en beplant met geneeskrachtige kruiden, verfkruiden en een vlinderborder. Verder zijn er een koude kas en een moestuin met oude groentes. Ook zijn er twee educatieve tuinen voor kinderen: de kleuter-ontdek-tuin en de kleine beestjestuin. Daarnaast biedt de natuurspeelplaats kinderen de mogelijkheid om creatief te spelen met zand, water, steen en hout.
De route gaat nu naar de bebouwde kom van Muntendam en via een Nieuwbouwwijk gaat het naar de rust in café Het oude Gemeentehuis. Ik heb er dan 5 km opzitten. Je kunt er wel rusten op het terrasje buiten maar het café zelf is gesloten. Voor mij geen ramp want bij 10 km heb ik geen rust nodig maar als je 25 km loopt is het wel prettig al is het alleen maar om even van het toilet gebruik te maken.
Er volgt nu een stuk over een graspad langs het water. Dit zijn nu net altijd de paden waar ik heel snel mijn voet verzwikt maar deze keer gaat het prima ondanks dat het gras er niet zo kort is.
Ik word door een aalscholver en het paard nagekeken want het is tenslotte geen pad waar nu zo vaak mensen overheen komen.
Wanneer ik bijna aan het eind van het pad ben kom ik in gesprek met een wandelaar en we lopen een stukje samen op. Wanneer we een stukje in het Natuurgebied De Wiede gelopen hebben scheiden onze wegen zich want er is hier een splitsing. In dit natuurgebied slingeren waterlopen.
Dit is nog een vrij ongerept deel van het stroomgebied van de Oude
Ae (MenterA of Munter A). Omdat ik de 10 km loop loop ik slechts aan de rand van dit natuurgebied.
Wanneer ik uit het Natuurgebied ben gaat het het eerste stukje nog goed maar dan ben ik opeens de route kwijt. Omdat ik eigenlijk vlakbij woon en op de routebeschrijving zie dat ik bij een bepaald bord links af moet loop ik daar dan maar heen. Gelukkig kom ik dan ook weer de pijlen tegen. Ik kom nog door een mooi stukje park.
En niet veel later kom ik weer in het Natuurpark Tussen de Venen en dan na ongeveer een kilometer kan ik mee afmelden in het sportcentrum.
Het was een mooie tocht en ik wist al wel dat het Natuurpark mooi is. Ik ben wel tot de conclusie gekomen dat ik daar eens vaker naar toe zou moeten gaan. Ook de heemtuin zou ik eens wat beter moeten gaan bekijken.
Mijn GPS gaf aan dat ik 12,4 km gelopen heb. Ik heb van mijn schouder minder last gehad dan bij de vorige tochten, dus wanneer ik de Tocht om de Noord loop zal ik waarschijnlijk ook mijn schouder wel laten intapen. Voor mij was het ideaal wandelweer.
Gevelstenen en hofjes in Groningen 25-08-2015
Gevelstenen horen bij aan de veelheid van bezienswaardigheden die er te zien zijn in binnensteden.
De oorsprong van deze aardige en soms geestige objecten meten we zoeken bij de Grieken en Romeinen, die zowel op gevels als losstaand hun waren aanprezen. Men neemt aan dat dit gebruik door de Romeinen in Nederland is ingevoerd. In ieder geval stamt van hen het gebruik om een groene krans van wijnrank-bladeren uit te hangen bij een herberg ten teken dat men een tapvergunning had. Het spreekwoord: goede wijn behoeft geen krans is daaraan dan ook ontleend.
Oorspronkelijk waren huizen, herbergen en werkplaatsen
van hout. Veel van die huizen waren voorzien van uithangborden, die vertelden waar men een slokje kon drinken, zijn paard kon laten beslaan, een hoed kon laten maken of een brood kon kopen. Uiteraard waren die houten huizen uiterst brandgevaarlijk en dat
is dan ook een van de redenen dat ze zo langzamerhand, vooral in de steden,
vervangen werden door bakstenen panden en er dus de gevelstenen kwamen i.p.v. uithangborden.
Op internet kwam ik het volgende citaat van Jacob van Lennep en Jan ter Gouw tegen wat ze in 1868 schreven.
"Een stad vertoont en vertelt, ook in haar
uithangteekens,
geschilderde borden en gehouwen stenen,
figuren aan luifels en ijzeren stangen,
opschriften en rijmen, haar geschiedenis.
Gij leest daarop, wat er al is omgegaan,
waardoor zijn bloeit en gebloeit heeft,
wat er gewerkt en gekweekt, zelfs wat er gedacht wordt.
Op die uithangteekens kunt ge, al wandelend langs de
straten,
het maatschappelijk en huishoudelijk leven
der bewoners bespieden, hun bedrijf en hun welvaart,
ja zoo gij de gave der opmerking bezit,
leest ge er hun gedachten en gevoelens,
hun wenschen en begeerten, en kunt er hun ernst en
ijdelheid,
hun hopen en vrezen, hun deugd en hun gebreken,
hun wijsheid en hun dwaasheid, hun gemoedelijke vroomheid
en hun
ondeugende spotternijen gadeslaan."
Omdat alle natuursteen uit Duitsland of België moest komen was de vervaardiging van gevelstenen een dure aangelegenheid. Aanvankelijk lieten dan ook alleen opdrachtgevers van kerken, gezagdragers en welgestelde particulieren gevelstenen maken.
De VVV heeft geen route die speciaal voor gevelstenen is dus heb ik op internet wat rondgekeken en er enkele gevonden die ik dus zal proberen te gaan vinden.
Ik begin in de hal van een appartementencomplex waar oude gevelstenen zijn ingemetseld die ooit tot het nu verdwenen Middelhuys behoorden.
De VVV heeft geen route die speciaal voor gevelstenen is dus heb ik op internet wat rondgekeken en er enkele gevonden die ik dus zal proberen te gaan vinden.
Ik begin in de hal van een appartementencomplex waar oude gevelstenen zijn ingemetseld die ooit tot het nu verdwenen Middelhuys behoorden.
Ik ga een klein steegje in en zie een stichtingssteentje uit 1711 dat bij een opknapbuurt van de gevel weer te voorschijn kwam.
Het volgende wat ik zie is een steen uit 1737 onder twee aanzetstenen. De tekst op de steen is:
“Wat worter meenig mensch geschonden en belogen van so
veel kakelaars die selve niet veel dogen het was te wenschen dat alle menschen haar selve eerst bekeken eer dat sie
quaat het sie vroeg of laat van een ander quam te spreken”
Mijn route voert me naar het St Anthony Gasthuis.
Het Sint Anthony Gasthuis, opgericht in 1517, was bedoeld
voor de opvang van armen en zieken. Tot 1644 werden er pestlijders opgevangen
en van 1589 tot en met 1844 was het in gebruik als dolhuis.
Nu is het Hofje een rustpunt in de stad Groningen met een
complex van woningen en een gelegenheid voor B&B.
De tekst boven de poort luidt
Op het binnen terrein bevindt zich onder de klok ook een gevelsteen.
Ik kom langs het voormalige gebouw van het Nieuwsblad van het Noorden. Het gebouw is ontworpen als drukkerij, zetterij en
kantoor voor de Hazewinkel Pers. Hier werd tot voor kort het Nieuwsblad van het
Noorden (het huidige Dagblad van het Noorden) geproduceerd. In die tijd was het
voor de grafische industrie gebruikelijk om de in de mode zijnde Art
Nouveau-stijl toe te passen.
Het
pand is opgetrokken uit metselwerk van rode Groninger baksteen. De omlijstingen
van de ronde vensters op de begane grond zijn van natuursteen. Het souterrain
is verdiept aangebracht en aan de buitenzijde bekleed, ook hier met
natuursteen. Dit gedeelte wordt vanaf het trottoir afgeschermd met een fraai
versierd hekwerk. De gevels hebben een symmetrische opbouw en zijn rijk.
De teksten bevinden zich te midden van Jugendstilmotieven.
Ik passeer een café-restaurant waar ik al heel vaak langs gekomen ben maar nu zie ik voor het eerst de kanonskogels in de muur van het pand zitten (als ik het niet op internet gelezen had zou ik er niet op gelet hebben) Op een van de kogels staat het jaartal 1672. Bij de belegering van Groningen in 1672 door de bisschop van Müster, Berend van Galen, werd een deel van de stad Groningen praktisch verwoest. Deze kanonskogels zijn daarvan de stille getuigen.
Terwijl ik in de drukke winkelstraat steeds omhoog loop te kijken beginnen meerdere mensen omhoog te kijken die denken waarschijnlijk waar zoekt die vrouw naar.
Als ik een zijstraat in ga zie ik de 17de-eeuwse gevelsteen "Het Witte Kruis" waarop een paard en wagen en een schip te zien zijn. De steen bevond zich eerder in de voorgevel van de gelijknamige brouwerij in de herestraat. Het schip wordt wel uitgelegd als "kluinkof",een schip waar ooit het beroemde Groninger kluinbier mee werd vervoerd.
In dit straatje moeten zich verschillende gevelsteentjes en beeldhouwwerken in de vorm van aapjes bevinden maar ik kan er helaas maar één ontdekken.
Ik loop nu recht op het 13de-eeuwse Heilige Geest Gasthuis af. Dit gasthuis is het grootste en waarschijnlijk ook het oudste gasthuis van Groningen, en een van de oudste gasthuizen in Nederland.
In de 13e eeuw ontstond de ‘hospitael ten Hillighen Gheeste’, waar
passerende vreemdelingen (pelgrims en zwervers), armen en zwakken werden
verpleegd. Het gasthuis lag toen -zoals gebruikelijk was voor gasthuizen in die
tijd- ongeveer tegen de stadsmuur aan.
Aan de buitenkant is er niet zo veel bijzonders te zien. Maar wanneer ik het hofje binnenga en dan achterom kijk dan is het wel een mooie poort.
Bij de voormalige keuken zijn kopjes te zien van een oude man en vrouw.
Het verwonder me dat je het ene moment nog in een hele drukke winkelstraat loopt en dat je even daarna in een heel rustig hofje loopt. Ik hoor ook prachtige orgelmuziek wat uit de kapel komt.
Ik ga op zoek naar de synagoge die één van de weinige Hebreeuwse teksten in Groningen laat zien.
De tekst betekent: "Gezegend bent u bij uw binnentreden: gezegend bent u bij uw uitgaan"
Ik ga nu op zoek naar de voormalige "Algemeene Groningsche Scheepshypotheek Bank. Waar beelden te zien moeten zijn van een zeeman en een groot zeilschip in de top. Wanneer ik bij een tapas restaurant omhoog kijk zie ik inderdaad deze beelden.
Ik spot vlak bij het A-kerkhof een engelenkopje Anno 1651. Dit kopje bevindt zich bij een voormalige deurpartij.
Ik kom nu bij het Armhuiszitten Convent.
Het Armhuiszitten Convent, is een gasthuis in de stad
Groningen. Het gasthuis, gesticht in 1621. Het is bekend om de vele gevelstenen
in de voorgevel.
"Arme huiszittenden" waren armen die wel een woning
hadden, maar niet in hun levensonderhoud konden voorzien. Hun schamele woningen
waren vaak tegen de stadsmuur aan gebouwd. Het convent omvatte niet alleen het
gasthuis maar ook een organisatie die meerdere gasthuizen in beheer had en die
brood en boter uitdeelde onder de armen bij de Martinikerk.
Ik ga nu richting Ossenmarkt. deze naam herinnert aan de magere ossen uit Scandinavië die hier ter markt werden gebracht voor de vetweiderij in de Ommelanden. Hier bevindt zich een herenhuis met een oorspronkelijk uit Emden afkomstig motief van een Jacobsschelp boven de raampartijen. De gevel is verder rijk versierd met beeldhouwwerk.
Hertshoornzout, het zogenaamde vlugzout, werd vroeger veel toegepast. Verder zijn er op dit rijk versierde beeld een leeuwenkop, kruiden en een vijzel te zien.
Verder in de straat is er in een gerestaureerde gevel beelden in een nis te zien van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Het was in de middeleeuwen en renaissance gebruikelijk om allerlei heiligen in nissen in de gevel als patroon te vereren.
Net boven de etalageruit van het pand bevindt zich een beeld van een hagedis.
Ik passeer een pand waar ik regelmatig langs kom maar waar ik nog nooit goed naar gekeken heb. Het is een pand uit 1661 versierd met voluten, bloemen- en vruchtenslingers en "raam-cartouches"
Ik ga nu naar de Prinsenhoftuin want hier moet zich een prachtige zonnewijzer bevinden.
Nu de zonnewijzer is inderdaad prachtig.
De zonnewijzer bij het Prinsenhof in Groningen is ongetwijfeld
de mooiste van Nederland.
Hij staat boven de poort die toegang geeft tot de tuin,
gericht naar de binnenkant van de tuin.
De zonnewijzer dateert van 1731 toen hij een oudere
verving. In het begin van de 20e eeuw is hij daar enkele jaren weggeweest maar
hij staat er nu weer en is sinds 1983 gerestaureerd.
In oude kronieken schrijft men over "een zonnewijzer
van wakkere groote, wiens gelijken van konst en uitvindinge in geheel Nederland
niet te vinden zal zijn...."
Ook de makers worden genoemd: Cremers en Doornbusch,
"...twee treffelijke Groninger konstenaren en groote beminnaren der
wiskunde."
De
hedendaagse bezoekers van de tuin staan nog steeds in bewondering voor de praal
van de zonnewijzer. Waartoe het ingewikkelde lijnenspel dient, weten zij
meestal niet.
De Prinsenhoftuin is heerlijk om er te vertoeven maar er staan nog meer gevels op mijn lijstje die ik vandaag nog wil afwerken dus ga ik al snel weer verder. Ik ga nu naar het Martinikerkhof en zie hier een gevel steen uit 1641.
Naast het provinciehuis bevindt zich de portierswoning. Dit is een herbouw van het oude Cardinaalshuis (Huis
Cardinael), dat in 1559 werd gebouwd in de (Oude) Kijk in ’t Jatstraat. Het
huis is vernoemd naar de laatste eigenaar, effectenhandelaar Klaas Cardinaal.
In 1893 werd het afgebroken, maar de stenen van de Renaissancistische façade
met de portretmedaillons van Alexander de Grote, Koning David en Karel de Grote
werden bewaard en na de bouw van het Provinciehuis in 1927 weer opgebouwd naast
het provinciehuis.
Ik ga nu langs de Martinikerk en zie hier boven een zijdeur een zie hier een gevelsteen waarop de ark van Noach is afgebeeld.
Als ik bij het westportaal van de Martinitoren kom zie ik drie beelden van Willem Valk (hij werd ook wel de officieuze stadsbeeldhouwer van Groningen genoemd) Zij stellen personen voor die verbonden zijn met de geschiedenis van Groningen: de blinde Bernlef, Sint Martinus en Rudolf Agricola.
Nu kom ik bij de Grote Markt bij het voormalige Goudkantoor uit 1635.
Oorspronkelijk deed het gebouw dienst als kantoor voor de ontvanger van de belastingen in de provincie Groningen. Het heette toen het Collectehuis. De spreuk op het pand, Date Caesari quae sunt Caesaris ("Geef de keizer wat des keizers is") verwijst naar de oorspronkelijke functie. In 1795 sloot het Collectehuis. In 1814 werd er een waarborgbureau voor gouden voorwerpen gevestigd dat officieel 'Goud- en Zilversmitkeurhuis' of 'Waarborgkantoor' werd genoemd, maar omdat men deze namen te lang vond ontstond in de volksmond al snel de naam 'Goudkantoor'. In het goudkantoor kon een waarmerk worden aangebracht waarmee werd aangetoond dat het betreffende voorwerp echt van goud was.
Op de hoek van een bakstenen pand zie ik een vergulde klok.
Het is een zeventiende-eeuwse gevelsteen met een klok, die hier in 1929 opnieuw werd aangebracht.
Het verhaal gaat dat de klok herinnert aan de tijd van zo’n vijf eeuwen geleden, toen op deze plaats met een bel of een klokkenstoeltje geluid werd, om aan de bevolking duidelijk te maken dat er verse vis vanuit Zoutkamp was aangevoerd. In die tijd stond hier dan ook een huis of herberg met de naam ‘De Clocke’. Het Tingtangstraatje – het smalle straatje tussen het Koude Gat en Tussen Beide Markten – zou naar het geluid van de bel genoemd zijn.
Nu ga ik op zoek naar het oudste gevelsteentje van Groningen. Het bevindt zich in een voormalig pakhuis waarvan de gevel nog zijn 16 de-eeuwse herkomst uit straalt. Twee engeltjes houden een cartouche vast met het jaartal 1557 erop. Als ik niet wist dat daar het gevelsteentje te vinden was zou ik nooit dat doodlopende steegje zijn ingegaan. Het voormalige pakhuis is denk ik nu een huis waar studenten wonen.
De einde van mijn route voor vandaag komt in zicht. Ik heb nog drie dingen op mijn lijstje staan welke ik vandaag nog wil zien. Als eerste wil ik de wapenstenen met een markiezenkroon zien boven in de top van de halsgevel van het Schimmelpennickhuis. Het Schimmelpenninck Huys kent een rijke historie die teruggaat tot in de 12e eeuw. Het pand staat op de lijst van de tien belangrijkste rijksmonumenten van de stad en dankt zijn naam aan Rutger Jan Schimmelpenninck; de raadspensionaris van de Bataafse Republiek. Tegenwoordig is er een hotel restaurant in gevestigd.
Vlak hier naast is er een heel leuk uithangbord te zien namelijk de Hoed van Hoeden en Pettenzaak Witting & Zn uit 1778.
Nu kom ik aan het laatste toe wat op mijn lijstje staat namelijk nog het Geertruidsgasthuis of ook wel Pepergasthuis genoemd.
Het Pepergasthuis is een hofje in de Nederlandse stad
Groningen. De officiële naam luidt Geertruidsgasthuis, maar het heeft altijd
bekendgestaan als het Pepergasthuis, naar de naam van de straat waaraan het is
gelegen.
Het Pepergasthuis is in 1405. Oorspronkelijk diende het als gasthuis voor pelgrims die naar
Groningen kwamen. In de Martinikerk werd een relikwie bewaard van Johannes de
Doper, dat zeer veel pelgrims naar Groningen lokte. Vanwege die bestemming werd
de kapel, die in 1482 bij het gasthuis werd gebouwd, vernoemd naar Gertrudis
van Nijvel, die als beschermheilige van de reiziger gezien werd.
Na de reductie van Groningen in 1594 kreeg het complex,
zoals alle katholieke gebouwen, een nieuwe bestemming. Het gasthuis werd een
wooncomplex voor oudere stadjers. Groningers van 50 jaar en ouder konden zich
inkopen in het gasthuis. Zij kregen dan tot hun dood niet alleen huisvesting,
maar ook verzorging. De bewoners werden conventualen genoemd.
Daarnaast werd een deel van het complex ingericht als
dolhuis. De arme zielen die hier terecht kwamen konden op zondag tegen betaling
bezichtigd worden. In 1702 verhuisden de dollen naar een nieuw gasthuis, het
Sint Anthonygasthuis aan de Rademarkt.
Op de binnenhof bevindt zich een hele mooie oude pomp.
Wanneer ik het hofje verlaat zie ik aan de binnenkant van de houten deur het volgende briefje hangen wat ik wel heel leuk vind.
Het was niet de bedoeling dat er datums op de foto's zouden staan maar het bleek dat het datumstempel aanstond. Ik wist trouwens niet dat dit op mijn cameraatje zat. Ja dat heb je als je na jaren foto's ga maken met een nieuw toestel dan moet je nog wel het een en ander uitvogelen.
Sommige informatie heb ik van internet gehaald.
Abonneren op:
Posts (Atom)



