De laatste jaren moet ik tussen kerst en oud en nieuw altijd aan vroeger denken toen ik nog een kind was. Wij vierden dat altijd bij mijn Opa en Oma die in Heinenoord woonden. Het was in die plaats de gewoonte om het Lied "Uren dagen maanden jaren" buiten te zingen op bepaalde plaatsen in het dorp en bij de notabelen.
Toen ik nog heel jong was moest ik eerst nog naar bed maar ik sliep niet want ik was te bang dat ze me zouden vergeten om te roepen.
We begonnen met het zingen bij de sluis. Als de laatste slag verstomde van de kerkklok zette de broer van mijn Opa in.
Uren, dagen,
maanden, jaren,
vliegen als een
schaduw heen!
Ach, wij vinden
waar wij staren,
niets
bestendigs hier beneĂȘn!
Op de weg die
wij betreden,
staat geen
voetstap die beklijft;
Al het heden
wordt verleden,
schoon 't ons
toegerekend blijft.
Dat de tijd
hier 't al verover,
aan geen
tijdperk hangt mijn lot;
Gij, Gij blijft
mij altijd over,
Gij blijft
eindeloos mijn God.
Welk een onheil
mij ook nader,
'k vind in U
mijn vrede weer;
Gij blijft, die
Gij waart, mijn Vader,
wat verander,
wat verkeer!
Ik vond het vroeger ook al een lied wat niet van die tijd was. Het is een lied van begin 1800. Toch wordt het in sommige kerken nog steeds op oudjaarsavond gezongen.
Ik vond het soms ook nog wel een beetje eng want er waren altijd kwajongens die rotjes en gillende keukenmeiden tussen de mensen probeerden te gooien.
Na het zingen bij de notabelen van het dorp kregen de mannen een sigaar, de vrouwen een kersenbonbon en de kinderen een snoepje.
Nieuwjaarsdag gingen we met mijn Opa bij verschillende mensen in het dorp Nieuwjaar wensen en kregen we iets voor in onze spaarpot. Ook had mijn Oma stuivers gespaard en die deelden we met elkaar.
Meestal hadden we een mooi bedrag wat we op ons spaarbankboekje konden gaan zetten.