Een paar dagen naar een hotel in Brabant van 05-10 tot 09-10-2022 (deel 2)

Mijn schoonzusje en ik hadden al twee heerlijke dagen achter de rug van onze minivakantie en voor deze derde dag stond er een bezoek aan Baarle-Nassau op het programma.
In het tweeling­dorp Baarle-Hertog (België) / Baarle-Nassau (Nederland) weet je nooit helemaal zeker of je in Nederland of België bent. De grens loopt soms letterlijk door de huizen heen. Ben je bij de voordeur nog in Nederland, bij de achterdeur stap je in België weer naar buiten! Deze enclave is dan ook altijd een opmerkelijk smokkelaarsparadijs geweest!
Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan uit 22 stukjes België in Nederland en 8 stukjes Nederland in België. Begrijp je het nog? Deze 'eilandjes' ontstonden in 1839 toen Nederland en België het niet eens konden worden over de precieze grenslijn.
Nog tot op de dag van vandaag profiteren de inwoners van de wettelijke verschillen tussen Nederland en België. Mag je in Nederland pas vanaf je achttiende een biertje bestellen in de kroeg, een pintje in België mag vanaf je zestiende. Ook de wetten op het gebied van vuurwerk verschillen nogal.
Omdat het dorp verspreid is over 2 landen, zijn veel faciliteiten dubbel beschikbaar. Zo is er een Nederlands gemeentehuis, maar ook een Belgisch gemeentehuis. Verder zijn er twee politiekorpsen, twee brandweerkorpsen, twee postkantoren en natuurlijk ook twee telefoonnetten. Om de tweedeling iets makkelijker te maken, heeft ieder huisnummer een vlaggetje om aan te geven in welk land het huis staat.
Mijn schoonzusje had me attent gemaakt op de enclavewandeling. 
De wandeling neemt je mee door de dorpskern van Baarle. Je wandelt langs bijzondere historische plekjes en steekt diverse malen de grens over. De huisnummers laten je zien of je in België of in Nederland wandelt. Het leek me wel wat om die wandeling van ongeveer 4 km te doen.
Voordat ik aan mijn wandeling begon dronken we eerst koffie met appelgebak.
Ik vond het even lastig om het beginpunt van de route te vinden maar uiteindelijk had ik die toch gevonden. 
De route was op de grond gemarkeerd maar toch was het soms wel opletten of je er niet één miste.
Bovenstaande pomp is een rijksmonument. Deze staat voor het Nederlandse gemeentehuis en is een zwengelpomp uit 1809.
Ik passeer een elektriciteitskastje met de afbeelding van Amalia van Solms erop.
Ik kwam langs het beeld de  ''Pungelaar''. Dat was in Brabant de gangbare benaming voor een beroepssmokkelaar die zijn smokkelwaar in een zak (pungel) over de schouder droeg (trouwens ik had nog nooit eerder van dit woord gehoord)
Deze katholieke kerk, de St Remigiuskerk, die men ook wel de Belse kerk noemt, staat op een Belgische enclave. Daardoor behoort het officieel tot het Antwerpse Baarle-Hertog.
Door de eeuwen heen is de kerk flink gerestaureerd. De huidige kerk stamt voornamelijk uit de zestiende en zeventiende eeuw en is een typisch voorbeeld van de Kempense gotiek: sobere vormen en van baksteen. 
Heel Baarle ging tot 1860 naar deze kerk, maar toen ontstond er ruzie tussen de bewoners van het Belgische Baarle-Hertog en het Nederlandse Baarle-Nassau. Ze waren het niet eens over het salaris van de pastoor. Daarop stichtten de inwoners van Baarle-Nassau hun eigen kerk.
Intussen was ik al zeker tien keer de grens gepasseerd. Overal zie je op de stoep of op de weg onderstaande en zo weet je of je in Nederland of België bent. Ook zie je overal borden met vuurwerk aan de gevels van winkels hangen en zo weet je ook dat je in België bent. 
Ik kwam langs een kasteeltje wat in 1915 gebouwd is en wat tegenwoordig een hotel is. Het viel me in eerste instantie me niet op zo tussen de bebouwing.
Natuurlijk wilde ik ook het huis met de twee huisnummer zien. Hier had ik lang geleden al over gehoord en dat wilde ik dus niet missen. Het huis heeft het Belgische nr. 2 en het Nederlandse nr.19. In dit pand was in 1585 Herberg de Swaen gevestigd. De grens loopt midden door de voordeur. 
Deze wandeling was zeker de moeite waard en ik heb er van genoten. 
Na afloop vond ik dat we wel een Brusselse Wafel verdiend hadden.
's Avonds was er muziek in het hotel maar wij kozen een andere ruimte om te zitten.
Voor de vierde dag wilden we een kappelletjesroute gaan rijden maar dit is er niet van gekomen omdat we een paar uur hebben doorgebracht in Jeroen Bosch Ziekenhuis in 's-Hertogenbosch. Mijn schoonzusje had een bloedneus die eerst niet wilde stoppen en daarvoor moesten we naar de huisartsenpost. 
Die kappelletjesroute blijft dus nog steeds op ons to-do list staan want vorig jaar is deze er ook al bij ingeschoten. 's Avonds was er een pub quiz in het hotel waar we aan meededen en welke erg leuk was.  
De laatste dag van onze minivakantie stond fort Isabella en Nationaal Monument Kamp Vught op het programma.
In 1618 werd fort Isabella voor de eerste keer aangelegd. In 1623 werd het, ondertussen gedeeltelijk geslechte, fort herbouwd en vernieuwd. In de jaren 1701-1702 werd het fort wederom vernieuwd waarbij vooral de buitenwerken vernieuwd werden. In 1872 werd ter verdediging  van het acces ontstaan door de aanleg van de spoordijk Den Bosch - Boxtel het fort voorzien van een aparte batterij. Na de opheffing in 1914 diende het fort als kazerne en verdwenen de meeste oude gebouwen. Het werk is in het terrein nog duidelijk herkenbaar. Aan de westzijde is de wal met gracht en contrescarp nog duidelijk aanwezig. Van de gebouwen rest alleen nog de poort met corps de garde (1701) bijgenaamd De Puist. 
Fort Isabella is nu de stadse groene schakel tussen ’s-Hertogenbosch en Vught. Wat in de 17e eeuw werd gebouwd als dapper fort in de Zuiderwaterlinie – en in de 20ste eeuw werd omgebouwd tot kazerneterrein - wordt nu met visie en aandacht getransformeerd tot buitenstad om van te houden.
We besloten om bij recreatieplas de IJzeren Man koffie te gaan drinken waar het mede door het prachtige weer erg druk was.
Hierna gingen we naar Nationaal Monument Kamp Vught.
Nationaal Monument Kamp Vught is een herinneringscentrum op de plek van het voormalige concentratiekamp Herzogenbusch ("Kamp Vught"). Het museum houdt de herinnering aan deze zwarte bladzijde uit de oorlog in stand en vertelt in Barak 1B ook het verhaal over de naoorlogse periode. Naast de gereconstrueerde wachttorens, een nagebouwde barak, het authentieke crematorium en diverse gedenktekens, steekt het museum veel energie in bezinning en reflectie. 
We hadden een audiotour in Nationaal Monument Kamp Vught en ik vond het heel ontroerend en indrukwekkend wat ik zag en hoorde. Ook gingen we nog naar de Fusilladeplaats.
Op het gedenkteken staan de namen van de 329 mannen die hier zijn geëxecuteerd zijn.
Eigenlijk was het wel een deprimerende afsluiting van ons uitje maar toch waardeer je het dan des te meer dat je in vrijheid kunt leven hoewel je je wel degelijk bewust bent dat er niet zo ver van ons land een land in oorlog is. 
We hebben een paar heerlijke dagen gehad en kijken al weer uit naar ons volgende meerdaagse uitstapje.



Een paar dagen naar een hotel in Brabant van 05-10 tot 09-10-2022 (deel 1)

Tijden terug hadden mijn schoonzusje en ik al een arrangement geboekt voor een hotel in de bossen bij Vught. Zo nu en dan gaan wij een paar dagen naar een hotel en doen dan wat uitstapjes in de omgeving.
Mijn schoonzusje probeert altijd leuke lunchadresjes op te zoeken en ook deze keer was het haar weer gelukt. Zij had de Korenmolen in Vaassen uit gezocht.
De oorspronkelijke molen is in 1870 gebouwd. Daarna was de molen tot 1934 bij een veevoederbedrijf als windkorenmolen in gebruik. In dat jaar werd de molen onttakeld. In de overgebleven romp, ingericht met een silo, mengketel, elevator, stortkelder, koekenbreker en hamermolen, werd sindsdien alleen nog elektrisch gemalen. Op deze manier is de molen tot ± 1965 in gebruik geweest.
Daarna diende de molen alleen als opslagsilo. Rond 1985 waren er plannen om de molenromp en onderachtkant te slopen. Zover kwam het niet. De al bestaande  stichting “Op eigen wieken” werd omgevormd tot de “Stichting Vaassens”
De reconstructie begon in 1989 en op Nationale Molendag 1990 draaide de molen weer in volle glorie als windkorenmolen.
De bediening was er alleraardigst en het zag er ook gezellig uit maar wat zeker zo belangrijk was was dat de tosti prima smaakte.
Half in de middag kwamen we bij het hotel aan waar we met koffie en appelgebak ontvangen werden. Bij het arrangement zat ook dat er iedere avond wat georganiseerd werd maar je bent vrij om daar wel of niet aan mee te doen. 
De eerste avond werd de film Bucketlist vertoont en we hadden beiden wel zin om deze te gaan bekijken en hier hadden we geen spijt van.
De volgende dag bestond de mogelijkheid om deel te nemen aan een dagtocht die ook bij het arrangement inzat. De tocht ging naar 's Hertogenbosch waar een bezoek gebracht kon worden aan de Sint-Janskathedraal. Ook staat de Sint Petrus kerk in Vught op het programma en de dagtocht wordt afgesloten met een bezoek en rondleiding bij distilleerderij Schrobbelèr om kennis te maken met het verhaal achter de kruidenlikeur.
Als eerste bezoeken we de Sint-Janskathedraal een van de zeven kathedralen die Nederland rijk is.
Deze magistrale kerk, gebouwd tussen 1370 en 1529, heeft een toren die deels nog uit de 13e eeuw dateert en is de trots van de stad. De Sint-Janskathedraal is gebouwd in Brabantse gotiek en straalt de welvaart uit van 's-Hertogenbosch in de late middeleeuwen. In de zestiende eeuw heeft het interieur door de beeldenstormen veel geleden. Na het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 werd de kerk protestants. Nagenoeg alle katholieke attributen zijn toen verdwenen. Gelukkig zijn de doopvont uit 1492, de preekstoel uit ca 1560 en het magistrale grote orgel uit ca 1620 gebleven. In 1816 wordt de Sint-Janskerk definitief weer rooms katholiek en in 1853 wederom bisschopskerk. De beelden en de ramen van de kerk zijn over het algemeen van de tweede helft van de negentiende eeuw.
Ik moet zeggen dat vooral de kathedraal aan de buitenkant veel indruk op me maakte.
Vervolgens werd er koers gezet naar Vught naar de De Sint Petrus kerk.
Deze kerk wordt in 2005 uit veiligheidsoverwegingen aan de eredienst onttrokken. De Edith Stein Parochie kan het onderhoud niet meer bekostigen. De bouwkundige staat is ronduit slecht. De kerk staat jarenlang leeg en een herbestemming tot cultureel centrum komt niet van de grond. Maar ook voor sloop komen de handen niet opeen. Zeven Vughtenaren komen uiteindelijk met een plan en betrekken daarbij de Vughtse bevolking én ondernemers. Nu zijn in de kerk o.a. bibliotheek, de wereldwinkel, een museum en kantoren gevestigd.
Binnenin heb je niet echt het gevoel dat je in een kerk bent.
Het laatste wat er op het programma stond was het bezoek en de rondleiding bij distilleerderij Schrobbelèr.
We maakten daar kennis met het verhaal achter de kruidenlikeur. We mochten proeven, ruiken en en hoorden de historie van het geheime recept, het kruiken en de sfeer. We kregen het kruidenlikeurtje op drie verschillende manieren te drinken. Ook de rondleiding was zeker de moeite waard. Het is een familiebedrijf en ze maakten er een gezellige boel van met muziek en een quiz. Voor deze quiz hadden wij een snor gekregen (de mascotte van het drankje heeft zo'n snor) Met deze snor moest je aangeven of een antwoord goed of fout was.
Ook kocht ik bij vertrek nog wat kleine flesjes kruidenlikeur. We zijn denk ik wel drie uur in de distilleerderij geweest en ik had niet gedacht dat dit zo interessant en gezellig zou zijn.
's Avonds werd er in het hotel een bingo georganiseerd en ook hier deden we aan mee. Ik vond het leuk om zelf eens mee te spelen omdat ik wekelijks, als vrijwilligster, een bingo draait voor de bewoners van een verzorgingshuis.
De rest van het uitje volgt in deel 2

Hunzeloop-wandeltocht 17-09-2022 Zuidlaren

Berend Botje ging uit varen.
Met zijn scheepje naar Zuidlaren.
De weg was recht, de weg was krom. 
Nooit kwam Berend Botje meer om.
Als ik in Zuidlaren ben of er door kom moet ik vaak aan dit bekend negentiende-eeuws kinderliedje denken en dus ook de dag dat ik de Hunzeloop-wandeltocht in Zuidlaren deed. 
Vier van mijn wandelvriendinnen gingen voor de 20 km maar ik zou voor de 5 km gaan, trouwens 20 km kan ik niet meer. Aangezien hun starttijd veel vroeger was als die van mij was mijn schoonzusje zo lief om als taxichauffeuse voor me te fungeren. Zelf heb ik geen auto meer en met OV is het haast niet te doen om er te komen.
Ik had me al van tevoren ingeschreven en nadat ik gescand was kreeg ik een bon waarmee ik een kopje koffie met een Drents kniepertje kon halen voordat ik mocht starten.
Ik was benieuwd hoe het weer zich zou houden tijdens mijn tocht want terwijl ik stond te wachten om te mogen starten regende het even flink.
Toen het droog geworden was begon ik aan mijn tocht hoewel het eigenlijk nog te vroeg was voor de starttijd van de 5 km.
Het eerste stuk ging door een woonwijk waar het heel stil was en daarna over een stukje industrieterrein, niet echt mijn favoriete gebieden voor een wandeltocht. Ik had gedacht dat het meerderdeel van de route onverhard zou zijn en had daarom mijn hiking stok  meegenomen vooral omdat ik de week ervoor zo lelijk gevallen was. Na dat stukje industrieterrein zag ik dat we richting de Molen de Wachter gingen.
In 1851 werd in het Drentse Zuidlaren een nieuwe molen neergezet: De Wachter. Niet helemaal gebruikelijk voor die tijd werd deze ingezet als oliemolen. Dit had alles te maken met de belasting, die veel hoger was voor koren dan voor olie. Na een tijdje werd toch de functie om koren te malen toegevoegd. Voor een Groningse firma werd later nog een specerijenmalerij gecreëerd. Maar doordat de firma failliet ging, werd deze in De Wachter gezet. Deze molen, die als basis voor Molenmuseum De Wachter geldt, is de enige in Nederland die deze drie verschillende malerijen heeft. Alleen dat al maakt deze molen zo bijzonder. Tevens zijn er verschillende stoommachines aangebracht in de molen. Als er geen wind is, drijven deze de maalderijen aan. Deze werden al vroeg in de 20e eeuw ingezet. In de jaren ’80 werd een groot deel van de molen gerestaureerd. Vervolgens werd het Molenmuseum de Wachter geopend.
Hoewel ik vroeger weleens in deze molen geweest ben wist ik niet dat iets achter de molen zich nog een gebouw bevindt wat ook tot het museum behoort.
Dit gebouw is vooral een ambachtenmuseum. Bijna 200 vrijwilligers houden verschillende ambachten in leven. Zo kun je onder andere een bakkerij, een kruidenierswinkeltje, een stelmakerij en een klompenmakerij bekijken. Veel van deze vrijwilligers, waaronder ook zij die de stoommachines aan het draaien houden, hebben in het verleden ook daadwerkelijk dat ambacht uitgevoerd. De traditie wordt zodoende in leven gehouden.
Er was daar ook gelegenheid om een kopje koffie te drinken en er was ook gelegenheid om naar het toilet te gaan. Hoewel het niet als een rust stond aangegeven nam ik er wel een kop koffie. Ik had de hele tijd gedacht dat ik de enige was die 5 km liep want ik had de hele tijd niemand op de route gezien. Maar terwijl ik daar koffie dronk kwamen er meerde wandelaars die ook 5 km liepen. Normaliter heb ik bij 5 km geen rust nodig maar ik vond het sneu voor de vrijwilligers om door te lopen. En mijn voorbeeld deed anderen volgen.
Buiten bij het gebouw stond een stenen beeld genaamd "De wonderbaarlijke visvangst" en is gemaakt door Onno de Ruyter.
Het is gebaseerd op het Bijbelverhaal uit het Evangelie van Lucas (De wonderbaarlijke visvangst):
Toen Jezus eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen. Simon antwoordde: Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen. En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren.
Ik had op afstand al gezien dat dit het verhaal uit de Bijbel voorstelt.
Ik moest weer een stukje over het industrieterrein en toen ik er bijna uit was begon het plotseling erg te regenen. Gelukkig kon ik schuilen onder een overkapping van een bedrijf.
Toen de bui bijna over was ging ik weer verder. 
Ik moest nu oversteken over een drukke weg maar daar stond een verkeersregelaar en zo kwam ik veilig in een stukje bos.
Ik vond dit stukje bos eigenlijk het mooiste van de route. niet heel veel later kwam ik weer door de bebouwde kom. Ik passeerde nog een eenzaam schaap op weg naar de startlocatie.
Ik meldde me af en kreeg een grote medaille omgehangen en stempelde mijn wandelboekje af.
Intussen appte ik mijn schoonzusje dat ik gefinisht was en zij appte terug dat ze in de auto op de markt zat en dat we daar in een restaurant wel iets konden drinken. Terwijl ik naar haar liep kwam de regen met bakken uit de lucht vallen en kon ik onder een afdak van een poffertjeskraam schuilen. Toen ik haar zag en de regen iets minder was wenkte ik haar want ik vond het eigenlijk gek om daar eerst te schuilen en dan aan de overkant bij een restaurant iets te gaan drinken. Ik stelde voor om daar een portie poffertjes te nemen en daar iets bij te drinken. Nu de poffertjes waren daar heerlijk.
Ik heb mijn wandelmaatjes die 20 km liepen niet gezien wel kreeg ik af en toe een Whatsapp berichtje van hen. Ik had eigenlijk verwacht dat de tocht meer over onverharde paden gegaan zou zijn maar toch was ik blij dat ik de tocht zonder te vallen volbracht had.
Ook was ik mijn schoonzusje erg dankbaar dat ze me naar Zuidlaren gebracht heeft. Ondanks dat er af en toe een bui viel ben ik niet echt nat geworden.